Doorslag van een officiële brief/beschikking.
Origineel
Doorslag van een officiële brief/beschikking. 11 november 1943. De Directeur van de Centrale Markt, Amsterdam. Den Heer J.H. van den Bos, Rozenstraat 213 III, Amsterdam-Centrum. [Handgeschreven in blauwe inkt, bovenaan:]
Verzonden 11/11 Bedr Chef SV
77/73/3 M.
11 November 1943.
Den Heer J.H.van den Bos
Rozenstraat 213 III
Amsterdam-Centrum.
====================
Mij is gerapporteerd, dat U zich op 3 November jl. op de Centrale Markt heeft schuldig gemaakt aan diefstal van kisten met spruiten.
In verband met dit feit heb ik U, zulks in gevolge het bepaalde in artikel 35 van het Reglement op de Centrale Markt gestraft met ontneming van het recht van toegang tot die markt voor den tijd van 14 dagen namelijk van Maandag 15 tot en met Zondag 28 November 1943, terwijl aan den Burgemeester de vraag zal worden voorge-legd of U voor langeren tijd dient te worden uitgesloten.
De Directeur, Het document is een officiële aanzegging van een administratieve sanctie tijdens de Tweede Wereldoorlog. De heer J.H. van den Bos wordt beschuldigd van het stelen van kisten met spruiten op de Centrale Markt in Amsterdam op 3 november 1943.
Als directe straf wordt hij voor een periode van 14 dagen (van 15 t/m 28 november) de toegang tot de markt ontzegd. De directeur van de markt baseert zich hierbij op artikel 35 van het marktreglement. Opvallend is de escalatie: er wordt direct aangekondigd dat de Burgemeester zal worden geraadpleegd over een mogelijke permanente of langdurige uitsluiting. Dit wijst op de strikte handhaving van de orde en de voedseldistributie in oorlogstijd. De Centrale Markt (gelegen aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam) was tijdens de bezettingsjaren het vitale hart van de voedselvoorziening voor de stad. Vanwege de schaarste en de rantsoenering was de controle op goederen extreem streng. Diefstal van voedselmiddelen, in dit geval spruiten, werd niet alleen als een crimineel feit gezien, maar ook als een ondermijning van de gecontroleerde distributieketen.
In 1943 stond Amsterdam onder het bestuur van de pro-Duitse burgemeester Edward Voûte. Het feit dat de directeur van de markt de burgemeester inschakelt voor een langdurige ontzegging, onderstreept de ernst waarmee vergrijpen rondom de voedselvoorziening werden behandeld in een tijd waarin zwarte handel en tekorten aan de orde van de dag waren. De Rozenstraat, waar de geadresseerde woonde, ligt in de Jordaan, een wijk die destijds zwaar getroffen werd door de economische malaise van de oorlog.