Proces-verbaal / Rapport van bevindingen.
Origineel
Proces-verbaal / Rapport van bevindingen. 19 november 1943 (betreft gebeurtenissen op 18 en 19 november). (Handgeschreven notities linksboven en in de marge)
No 77/78/1 M. 1943
Meyer 14 dagen + voorstel onbep. tijd
Koster 14 dagen schorsen m.i.v. nieuwe distributieperiode van groenten en voorstel 4
berichten kantoor verscherping ontzegging toegang
(Getypte tekst)
R A P P O R T
Op Vrijdag 19 November 1943 werd mij, Controleur B. Felthuis, door den heer B.C. van Es, directeur van de Ned:Veiling medegedeeld, dat sedert den laatsten tijd geregeld kisten met groente bij de veiling werden gestolen. Zoo waren er van Donderdag 18 November op Vrijdag 19 November twaalf kisten met bospeen verdwenen uit de zoogenaamde exportloods van de Ned:Veiling welke loods zich bevindt op het terrein E van de Centrale Markt. Het was den heer Van Es ter ooren gekomen, dat op Donderdag 18 November omstreeks 4 uur n.m een kooper de exportloods had verlaten met een handkar waarop zich kisten met bospeen hadden bevonden. Waar in deze loods zich steeds personeel van de veiling bevindt hetwelk onder meer belast is met afgifte van groente, werd verondersteld dat iemand van het personeel hiervan meer moest weten. Bij onderzoek bleek deze veronderstelling juist te zijn. Op Zaterdag 19 November 1943 heb ik, rapporteur, op het terrein van de Centrale Markt aangehouden den kooper:
Pieter Servaas Koster. Sr'
geboren te Amsterdam 20 Januari 1903, wonende Joan Melchior Kemperstraat 26 huis
en zijn zoon:
Pieter Servaas Koster. Jr,
geboren te Amsterdam 24 Augustus 1927, wonende Joan Melchior Kemperstraat 26 huis.
Bij nadere informatie had ik namelijk vernomen dat het deze Koster was geweest die op 18 November 1943 omstreeks 4 uur n.m zich in de exportloods van de Ned:Veiling had opgehouden, terwijl even later zijn zoon met een kar met wortelen was verdwenen.
Koster, die aanvankelijk ontkende iets van het geval af te weten, verklaarde mij ten slotte het volgende:
"Op Donderdag 18 November omstreeks 3.30 uur n.m, bevond ik mij in de exportloods van de Ned:Veiling, waarheen ik mij had begeven om te zien of er mogelijk iets te koop was. Ik had namelijk gehoord dat er wel eens tuinders zijn die daar hun producten rechtstreeks aan den kleinhandelaar verkoopen. Ik vroeg aan den mij bekenden Meijer van wien ik weet dat hij als personeel van de Ned:Veiling in deze exportloods werkzaam is, of er iets te koop was voor mij, waarop hij mij tien kisten bos peen te koop aanbood. Per bos moest ik hem 15 cent betalen. De geheele partij, met inbegrip van het statiegeld der 10 kisten, zou dan komen op f 42,50, te weten f 22.50 voor de peen en f 20 statiegeld voor de kisten. Ik ben op dit aanbod ingegaan en heb toen aan Meijer de f 42.50 betaald. Vervolgens heb ik mij naar de Hal van de Centrale Markt begeven en mijn zoon, die zich daar met mijn handkar bevond, opdracht gegeven om de partij bospeen weg te halen. Ik ben hierbij niet meer tegenwoordig geweest. Hoewel ik weet dat het niet juist is, om op deze wijze zaken te doen op de Centrale Markt vermoedde ik toch niet dat de bospeen gestolen was. Zou ik dat wel geweten hebben dan was ik op het aanbod van Meijer zeker niet ingegaan."
(Handgeschreven in linker marge)
Meyer 78/2
Koster 78/3
WEM 78/4
Koster.Jr verklaarde als volgt:
"Op Donderdag 18 November 1943 omstreeks 3.30 uur n.m bevond ik mij met een handkar van mijn vader in de Hal van de Centrale Markt. Mijn vader zou zien of hij op de markt handel kon koopen. In afwachting daarvan verbleef ik in de Hal. Evenlater kwam mijn vader naar mi toe en gaf mij opdracht naar de exportloods te gaan van de Ned: Veiling om eenige kisten met bospeen te laden. Van wie mijn vader daar de bospeen gekocht had weet ik niet. Toen ik in de exportloods kwam werd mij op mijn vraag door iemand een partijtje kisten met bospeen aangewezen die toen heb opgeladen en overgebracht naar den winkel van mijn vader. Wie dengene geweest is die mij de partij bospeen heeft aangewezen weet ik niet want ik ken niemand van de menschen daar." Dit document geeft een inkijkje in de handhaving op de Amsterdamse Centrale Markt tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het gaat hier om een geval van verduistering en illegale handel ("zwarte handel").
* De Modus Operandi: Een personeelslid van de veiling (Meijer) verkocht onderhands goederen die eigenlijk via de officiële veilingklok hadden moeten gaan. De koper, Koster Sr., wist dat de transactie "niet juist" was, maar beweerde niet te weten dat de waar gestolen was.
* Betrokkenheid van minderjarigen: Opvallend is de rol van de 16-jarige Koster Jr., die door zijn vader werd ingezet om de goederen fysiek te vervoeren, vermoedelijk om de vader buiten het directe zicht van de exportloods te houden tijdens de overdracht.
* Sancties: De handgeschreven notities bovenin tonen de administratieve afhandeling. Er wordt gesproken over een schorsing van 14 dagen voor beide partijen en een voorstel tot ontzegging van de toegang voor onbepaalde tijd voor Meijer. Dit wijst op een streng regime om de distributieketen onder controle te houden. Tijdens de bezettingsjaren (1940-1945) was de voedselvoorziening in Nederland strikt gereguleerd via een distributiesysteem. De Centrale Markt in Amsterdam was een vitaal knooppunt. Omdat er grote tekorten waren, bloeide de zwarte handel. De autoriteiten, zowel de Nederlandse politie als de Duitse bezetter, traden hard op tegen diefstal en handel buiten de officiële kanalen om de rantsoenering in stand te houden. De "Ned:Veiling" (Nederlandsche Veiling) werkte in deze periode onder toezicht van de bezettingsautoriteiten. De genoemde bedragen (f 42,50 voor 10 kisten peen) moeten gezien worden in de context van de toenmalige inflatie en schaarsteprijzen.