Getypte brief (doorslag/officieel schrijven).
Origineel
Getypte brief (doorslag/officieel schrijven). 30 november 1943. De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt of de Dienst voor de Levensmiddelen te Amsterdam). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam ("Alhier"). 77/80/3 M. 1
(Handgeschreven in paars potlood:) Verzonden 1/12 Onder Chef
30 November 1943. SV.
Den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
==============
In bijlage dezes heb ik de eer U een
afschrift te doen toekomen van een op 26 Novem-
ber 1943 door een controleur van mijn dienst
opgemaakt rapport, waaruit blijkt, dat D.J.Boh-
le, geboren 1 Januari 1924, wonende Marnix-
straat 173 II, alhier en C.de Bruijn, geboren
30 December 1928, wonende Van Heemskerckstraat
22 III, alhier zich hebben schuldig gemaakt
aan diefstal van een handkar waarop zich een
partijtje ledige kisten bevonden.
Ingevolge het bepaalde in artikel
35 lid 1 van het Reglement op de Centrale
Markt heb ik Bohle en De Bruijn voornoemd ge-
straft met ontneming van het recht van toe-
gang tot die markt voor den tijd van veertien
dagen, namelijk van Woensdag 1 tot en met
Dinsdag 14 December 1943.
Ik ben van meening, dat D.J.Bohle en
C.de Bruyn voornoemd voor langeren tijd van de
Centrale Markt moet worden geweerd en ik geef
U mitsdien beleefd in overweging wel te willen
bevorderen, dat Bohle en De Bruyn voornoemd
in aansluiting op mijn straf, overeenkomstig
het bepaalde in het tweede lid van bovenaange-
haald artikel, door den Burgemeester van Amster-
dam wordt gestraft met ontneming van het
recht van toegang voor den tijd van 4 maanden,
zulks met ingang van Woensdag 15 December 1943.
De Directeur, Deze brief betreft een disciplinaire maatregel tegen twee jonge mannen, D.J. Bohle (19 jaar) en C. de Bruijn (slechts 14 jaar oud), die op 26 november 1943 betrapt zijn op de diefstal van een handkar met lege kisten. De Directeur van de dienst heeft hen reeds een voorlopig toegangsverbod voor de Centrale Markt opgelegd van veertien dagen.
De Directeur acht deze straf echter onvoldoende en verzoekt de Wethouder om bij de Burgemeester van Amsterdam aan te dringen op een zwaardere sanctie: een toegangsverbod van vier maanden, gebaseerd op het marktreglement. De formele toon en de snelheid van handelen onderstrepen de ernst waarmee vergrijpen in de voedselvoorzieningsketen werden aangepakt. Het document dateert uit november 1943, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De Centrale Markt in Amsterdam (aan de Jan van Galenstraat) was een vitaal knooppunt voor de voedseldistributie in de stad. In een tijd van toenemende schaarste en strenge rantsoenering was het handhaven van de orde op de markt van cruciaal belang.
Diefstal, zelfs van "ledige kisten", werd hoog opgenomen omdat het de logistiek van de voedselvoorziening verstoorde. De betrokkenheid van de Burgemeester (destijds de pro-Duitse Edward Voûte) bij dergelijke relatief kleine vergrijpen toont aan hoe gecentraliseerd en streng het bestuur toentertijd was. De handgeschreven notitie "Verzonden 1/12" geeft aan dat de brief de dag na opstelling direct is verwerkt.