Archief 745
Inventaris 745-417
Pagina 270
Dossier 3
Jaar 1943
Stadsarchief

Getypt ambtelijk schrijven (afschrift/doorslag).

30 november 1943. Van: De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt Amsterdam). Aan: Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam.

Origineel

Getypt ambtelijk schrijven (afschrift/doorslag). 30 november 1943. De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt Amsterdam). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam. 77/80/3 H. 1 30 November 1943. SV.

Den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
==========

In bijlage dezes heb ik de eer U een afschrift te doen toekomen van een op 26 November 1943 door een controleur van mijn dienst opgemaakt rapport, waaruit blijkt, dat D.J. Bohle, geboren 1 Januari 1924, wonende Marnixstraat 173 II, alhier en C. de Bruyn, geboren 30 December 1928, wonende Van Heemskerckstraat 22 III, alhier zich hebben schuldig gemaakt aan diefstal van een handkar waarop zich een partijtje ledige kisten bevonden.

Ingevolge het bepaalde in artikel 35 lid 1 van het Reglement op de Centrale Markt heb ik Bohle en De Bruyn voornoemd gestraft met ontneming van het recht van toegang tot die markt voor den tijd van veertien dagen, namelijk van Woensdag 1 tot en met Dinsdag 14 December 1943.

Ik ben van meening, dat D.J. Bohle en C. de Bruyn voornoemd voor langeren tijd van de Centrale Markt moet worden geweerd en ik geef U mitsdien beleefd in overweging wel te willen bevorderen, dat Bohle en De Bruyn voornoemd in aansluiting op mijn straf, overeenkomstig het bepaalde in het tweede lid van bovenaangehaald artikel, door den Burgemeester van Amsterdam wordt gestraft met ontneming van het recht van toegang voor den tijd van 6 maanden, zulks met ingang van Woensdag 15 December 1943.

De Directeur, Dit document is een formele ambtelijke brief waarin de directeur van de Centrale Markt in Amsterdam rapporteert aan de wethouder voor Levensmiddelen over een diefstal op het marktterrein. Twee jonge mannen (D.J. Bohle, 19 jaar, en C. de Bruyn, slechts 14 of 15 jaar oud) zijn betrapt op het stelen van een handkar met lege kisten.

De directeur heeft reeds een directe ordemaatregel opgelegd (14 dagen ontzegging), maar vindt de vergrijp ernstig genoeg om een zwaardere straf voor te stellen. Hij verzoekt de wethouder om bij de Burgemeester aan te dringen op een marktverbod van zes maanden. De taal is strikt juridisch en administratief ("mitsdien", "in overweging wel te willen bevorderen"). De brief dateert uit november 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De Centrale Markt in Amsterdam (aan de Jan van Galenstraat) was in deze periode het cruciale knooppunt voor de voedselvoorziening van de stad. Vanwege de toenemende schaarste en de distributie-regels was toezicht op de markt uiterst streng.

Diefstal van ogenschijnlijk minder waardevolle zaken zoals een handkar en lege kisten werd in deze tijd van gebrek zwaar opgenomen. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" speelde een sleutelrol in het beheersen van de voedselstromen en het handhaven van de orde binnen de distributieketen. Opvallend is de jonge leeftijd van de daders, wat kenmerkend was voor de toenemende (overlevings)criminaliteit onder de jeugd in de latere oorlogsjaren. De burgemeester van Amsterdam was in 1943 de pro-Duitse Edward Voûte.

Samenvatting

Dit document is een formele ambtelijke brief waarin de directeur van de Centrale Markt in Amsterdam rapporteert aan de wethouder voor Levensmiddelen over een diefstal op het marktterrein. Twee jonge mannen (D.J. Bohle, 19 jaar, en C. de Bruyn, slechts 14 of 15 jaar oud) zijn betrapt op het stelen van een handkar met lege kisten.

De directeur heeft reeds een directe ordemaatregel opgelegd (14 dagen ontzegging), maar vindt de vergrijp ernstig genoeg om een zwaardere straf voor te stellen. Hij verzoekt de wethouder om bij de Burgemeester aan te dringen op een marktverbod van zes maanden. De taal is strikt juridisch en administratief ("mitsdien", "in overweging wel te willen bevorderen").

Historische Context

De brief dateert uit november 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De Centrale Markt in Amsterdam (aan de Jan van Galenstraat) was in deze periode het cruciale knooppunt voor de voedselvoorziening van de stad. Vanwege de toenemende schaarste en de distributie-regels was toezicht op de markt uiterst streng.

Diefstal van ogenschijnlijk minder waardevolle zaken zoals een handkar en lege kisten werd in deze tijd van gebrek zwaar opgenomen. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" speelde een sleutelrol in het beheersen van de voedselstromen en het handhaven van de orde binnen de distributieketen. Opvallend is de jonge leeftijd van de daders, wat kenmerkend was voor de toenemende (overlevings)criminaliteit onder de jeugd in de latere oorlogsjaren. De burgemeester van Amsterdam was in 1943 de pro-Duitse Edward Voûte.

Kooplieden in dit dossier 43

Amerika 10.800.- P'end. 200 - Gelderl 18.100 - Westl. 100 - Utrecht 1.900.- [bovenliggend: Limburg 5.400]
Gelderl 2700. Amerika 41.000.
H.J.J.Lazenschütz
H.J.L.Gastagé
Jamaica 900 - Santos 800
J.Fraan
Alle 43 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 5