Ambtelijke brief/correspondentie.
Origineel
Ambtelijke brief/correspondentie. 8 december 1943. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam). Den Heer Inspecteur voor de Prijsbeheersching, Emmastraat 35, Amsterdam-Zuid. 77/81/3 M.
2
[handgeschreven in de marge:] notum
[handgeschreven paraaf rechtsboven]
SV
8 December 1943.
Den Heer Inspecteur voor
de Prijsbeheersching,
Emmastraat 35,
Amsterdam-Zuid.
In bijlage dezes doe ik U toekomen
afschriften van rapporten d.d. 30 Novem-
ber jl. van een controleur van mijn dienst,
inzake verkoop op een der dagmarkten te
dezer stede van groenten en fruit boven
den vastgestelden maximum prijs, respec-
tievelijk door de kooplieden Antoon Bertel-
kamp, Marnixstraat 181 II en Martinus
Bogaerts, Goudsbloemstraat 58 I.
Genoemde kooplieden is het recht
ontnomen gedurende 14 dagen, ingaande
Donderdag 9 December 1943, een plaats op
een der markten alhier in te nemen, ter-
wijl door mij aan den Burgemeester is
voorgesteld, hen in aansluiting op mijn
straf, voor onbepaalden tijd van de markten
te weren.
Beleefd verzoek ik U mij op de
hoogte te doen stellen van de Uwerzijds
jegens hen te treffen maatregelen.
De Directeur, * Inhoud: De directeur van een Amsterdamse gemeentelijke dienst (hoogstwaarschijnlijk de marktmeester/Directeur van het Marktwezen) rapporteert twee marktkooplieden aan de Inspectie voor de Prijsbeheersing.
* Overtreding: Antoon Bertelkamp en Martinus Bogaerts zijn door een controleur betrapt op het verkopen van groenten en fruit boven de vastgestelde maximumprijzen op een Amsterdamse dagmarkt op 30 november 1943.
* Sancties: De afzender heeft de kooplieden reeds een schorsing van 14 dagen opgelegd (ingangsdatum 9 december). Daarnaast is er een officieel verzoek ingediend bij de burgemeester om hen voor onbepaalde tijd de toegang tot de markten te ontzeggen.
* Doel: De brief dient ter kennisgeving en vraagt de Inspecteur voor de Prijsbeheersing om aan te geven welke aanvullende (landelijke/strafrechtelijke) maatregelen er vanuit dat orgaan worden genomen. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In 1943 kampte Nederland met grote schaarste en distributieproblemen. Om woekerprijzen en de zwarte handel tegen te gaan, hanteerde de bezetter via de 'Gemachtigde voor de Prijzen' een zeer strikt prijsbeleid met vastgestelde maximumprijzen voor primaire levensbehoeften.
De controle op deze prijzen werd uitgevoerd door de 'Prijsbeheersching'. Overtredingen werden zwaar gestraft, variërend van boetes en marktverboden (zoals in dit document te zien is) tot sluiting van zaken of zelfs detentie in kampen. De burgemeester van Amsterdam was in deze periode de pro-Duitse Edward Voûte. De brief illustreert de nauwe samenwerking tussen de lokale marktcontrole en de centrale prijscontrolediensten in hun poging de distributie onder controle te houden. I. Marktwezen