Officiële brief (doorslag/kopie).
Origineel
Officiële brief (doorslag/kopie). 7 december 1943. De Directeur (vermoedelijk van de Gemeentelijke Marktverordening/Marktwezen Amsterdam). Den Heer A. Bertelkamp, Marnixstraat 181 II, Amsterdam-Centrum. [Linksboven, handgeschreven en doorgehaald]
~~77/81/4 M.~~
[Handgeschreven daaronder]
tegenv. [onleesbaar]
8/12
[Rechtsboven]
SV
[Handgeschreven]
det [onleesbaar]
[Datum]
7 December 1943.
[Adresing]
Den Heer A. Bertelkamp
Marnixstraat 181 II
Amsterdam-Centrum.
===================
[Inhoud]
Mij is gerapporteerd, dat U
Op Uw marktplaats op de Westerstraat
uien boven den vastgestelden prijs
heeft verkocht. U brengt daardoor de
goede orde op die markt in gevaar.
In verband met deze over-
treding heb ik U ingevolge artikel 39
van het Reglement op de Markten ge-
straft met ontneming van het recht tot
het innemen van een plaats op een der
markten te dezer stede voor den tijd
van 14 dagen, namelijk van Donderdag
9 tot en met Woensdag 22 December 1943,
terwijl aan den Burgemeester de vraag
zal worden voorgelegd of U voor langeren
tijd moet worden uitgesloten.
[Ondertekening]
De Directeur, De brief is een formeel bericht van een strafmaatregel tegen een marktkoopman. De heer Bertelkamp wordt ervan beschuldigd uien te hebben verkocht voor een hogere prijs dan wettelijk was toegestaan op de markt in de Westerstraat (Jordaan, Amsterdam).
Als sanctie wordt hem, op basis van artikel 39 van het Marktreglement, de toegang tot alle markten in de stad ontzegd voor een periode van twee weken (9 t/m 22 december 1943). De brief dreigt bovendien met een zwaardere straf: de zaak wordt voorgelegd aan de burgemeester om te bepalen of een definitieve of langdurige uitsluiting noodzakelijk is. De toon is streng en administratief, typerend voor de handhaving van economische ordening in oorlogstijd. Dit document stamt uit december 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er sprake van grote schaarste aan voedsel en goederen. Om zwarte handel en extreme prijsstijgingen te voorkomen, stelde de overheid (onder toezicht van de bezetter) strikte maximumprijzen vast voor primaire levensbehoeften, zoals uien.
Het handhaven van deze prijzen was een prioriteit voor de autoriteiten om de "goede orde" te bewaren en sociale onrust te voorkomen. De burgemeester van Amsterdam was in die tijd de pro-Duitse Edward Voûte. De strafmaatregel laat zien hoe streng marktkooplieden werden gecontroleerd; een overtreding van de prijsvoorschriften kon direct leiden tot broodroof (het ontzeggen van de standplaats). De Westerstraatmarkt was en is een van de belangrijkste markten in Amsterdam, wat de zichtbaarheid van dergelijke overtredingen en de noodzaak tot handhaving voor de autoriteiten vergrootte.