Verzoekschrift en ambtelijk advies betreffende een marktvergunning.
Origineel
Verzoekschrift en ambtelijk advies betreffende een marktvergunning. 16 februari 1943 (verzoek) en 25 februari 1943 (advies). [Deel 1: Het verzoek]
No. 85/11/1 M. 1943 20/2 [stempel/kenmerk]
580 [rechtsboven]
16-2-43 A’dam
Wel Edele Heer Directeur v. h. Marktwezen.
Wel Edele Heer.
Met deze verzoekt ondergetekende vergunning om op de Nieuwmarkt te mogen staan, met eigen matriaal.
Hopende op een gunstig antwoord verblijf ik
[Deel 2: Ambtelijk advies/notities]
Nieuwmarkt
25 - 2 - 43
Den Heer Inspecteur [onderstreept]
H. Kooy, houder van voorkeurskaart 170, heeft de speciaal voor hem gemaakte kar, welke hij geruimen tijd bij u in huur heeft gehad, gekocht, omreden de stallenverhuurders op de Nieuwmarkt geen voor hem geschikte kar hadden. Hierbij zou ik U in overweging willen geven het verzoek toe te staan.
H. Kooy is sedert langen tijd, losse pl: h: [plaatshebber] op de Nieuwmarkt.
J. Benz [handtekening]
85/11/2 M
[Marginale notities en krabbels]
- Linksboven (potlood): Het stel v. v. Rooijen. v. Rooijen mag geen stellen zetten op Nieuwmarkt. Kooy heeft eigen wagen en wil daarop uitstallen m.i. geen bezwaar.
- Midden (inkt/potlood): oproepen 1-3-43.
- Linksonder: 3-3-43. Acc. middels briefje eigen materiaal. Dit document betreft een administratief proces binnen de gemeente Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kern van de zaak is de overgang van het huren van een marktkraam (een 'stel') naar het gebruik van een eigen, op maat gemaakte handkar door de koopman H. Kooy op de Nieuwmarkt.
Opvallende punten in de tekst:
* Taalgebruik: De verzoeker hanteert de destijds gebruikelijke formele beleefdheidsvormen ("Wel Edele Heer"). Er is een spelfout zichtbaar in "matriaal" (materiaal).
* De kwestie 'v. Rooijen': Uit de kanttekeningen blijkt dat er een conflict of regel was betreffende stallenverhuurder Van Rooijen, die blijkbaar geen kramen meer mocht plaatsen op de Nieuwmarkt. Dit versterkte de noodzaak voor Kooy om zijn eigen kar te gebruiken.
* Status: Kooy wordt omschreven als een "losse pl: h:" (plaatshebber), wat betekent dat hij geen vaste staanplaats had maar afhankelijk was van de dagelijkse indeling, ondanks zijn "voorkeurskaart 170". De datum van het document, februari 1943, is historisch zeer significant. De Nieuwmarkt lag in het hart van de toenmalige 'Jodenbuurt' in Amsterdam. Terwijl dit document een alledaagse bureaucratische handeling lijkt (het regelen van een marktkar), vond deze plaats op een moment dat de deportaties van Joodse Amsterdammers in volle gang waren.
De markt op de Nieuwmarkt was in die periode onderwerp van strenge nazi-regulering; Joodse kooplieden waren reeds van de algemene markten verwijderd en mochten alleen nog op specifieke markten staan (zoals op het Waterlooplein, tot ook dat verboden werd). Dat Kooy hier in 1943 een vergunning aanvraagt en krijgt, duidt erop dat hij als niet-Joods werd aangemerkt door de autoriteiten. Het document illustreert hoe de reguliere stedelijke bureaucratie van het Marktwezen bleef functioneren te midden van de bezettingscontext en de ingrijpende demografische veranderingen in de buurt. H. Kooy J. Benz Gemeente Amsterdam Marktwezen