Archief 745
Inventaris 745-417
Pagina 458
Dossier 24
Jaar 1943
Stadsarchief

Archiefdocument

7 oktober 1943 Van: De Directeur (vermoedelijk van een Amsterdamse gemeentelijke dienst, zoals de Marktwezen). Aan: Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier (Amsterdam).

Origineel

7 oktober 1943 De Directeur (vermoedelijk van een Amsterdamse gemeentelijke dienst, zoals de Marktwezen). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier (Amsterdam). 85/24/3 M. [handgeschreven: Verzonden 7/10 Amulle] 7 October 1943. vD/SV.

Den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
=============

Bij Besluit van den Burgemeester d.d. 4
September 1943 no. 589 L.M. werden onder meer
de vergunningen van G. Wilhelmus, Dijkstraat 24
en J. Liefveld, Govert Flinckstraat 72 voor het
plaatsen van kramen en dergelijke op de
markten Nieuwmarkt en Albert Cuypstraat inge-
trokken, omdat zij van deze vergunningen geen
gebruik meer maakten.
Intusschen hebben beiden verklaard, dat
zij prijsstellen op het behoud van hun ver-
gunningen.
Ik geef U daarom beleefd in overweging te
willen bevorderen, dat de hierboven genoemde
intrekking bij Besluit van den Burgemeester
ongedaan wordt gemaakt.

De Directeur, Dit document is een officiële ambtelijke brief uit de oorlogsperiode in Amsterdam. De tekst is zakelijk en formeel van aard. De directeur van een niet nader genoemde gemeentelijke afdeling adviseert de Wethouder voor de Levensmiddelen om een eerder besluit van de Burgemeester te herzien.

Het gaat om de intrekking van marktvergunningen voor twee specifieke kooplieden:
1. G. Wilhelmus, woonachtig aan de Dijkstraat 24.
2. J. Liefveld, woonachtig aan de Govert Flinckstraat 72.

De vergunningen voor hun kramen op de Nieuwmarkt en de Albert Cuypstraat waren op 4 september 1943 ingetrokken omdat zij er geen gebruik van maakten. Omdat de betrokkenen inmiddels hebben aangegeven hun vergunning toch te willen behouden, wordt voorgesteld deze beslissing terug te draaien. De brief dateert van oktober 1943, midden in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode stond het Amsterdamse stadsbestuur onder strikt toezicht van de Duitse bezetter. De functie van 'Wethouder voor de Levensmiddelen' was in die tijd cruciaal vanwege de schaarste en de rantsoenering van voedsel.

De genoemde locaties, de Nieuwmarkt en de Albert Cuypmarkt, zijn historisch belangrijke handelsplaatsen in Amsterdam. De Nieuwmarkt lag in het hart van de Jodenbuurt; tegen 1943 was de Joodse bevolking daar grotendeels gedeporteerd, wat de dynamiek op de markt ingrijpend veranderde.

Het feit dat kooplieden hun vergunning niet gebruikten, kon wijzen op verschillende zaken: gebrek aan handelswaar door de oorlogsomstandigheden, ziekte, of andere persoonlijke belemmeringen. Het ambtelijke proces om dergelijke vergunningen te herstellen toont aan dat, ondanks de bezetting, de reguliere bureaucratie en administratie van de stad bleven functioneren voor de niet-Joodse bevolking.

Samenvatting

Dit document is een officiële ambtelijke brief uit de oorlogsperiode in Amsterdam. De tekst is zakelijk en formeel van aard. De directeur van een niet nader genoemde gemeentelijke afdeling adviseert de Wethouder voor de Levensmiddelen om een eerder besluit van de Burgemeester te herzien.

Het gaat om de intrekking van marktvergunningen voor twee specifieke kooplieden:
1. G. Wilhelmus, woonachtig aan de Dijkstraat 24.
2. J. Liefveld, woonachtig aan de Govert Flinckstraat 72.

De vergunningen voor hun kramen op de Nieuwmarkt en de Albert Cuypstraat waren op 4 september 1943 ingetrokken omdat zij er geen gebruik van maakten. Omdat de betrokkenen inmiddels hebben aangegeven hun vergunning toch te willen behouden, wordt voorgesteld deze beslissing terug te draaien.

Historische Context

De brief dateert van oktober 1943, midden in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode stond het Amsterdamse stadsbestuur onder strikt toezicht van de Duitse bezetter. De functie van 'Wethouder voor de Levensmiddelen' was in die tijd cruciaal vanwege de schaarste en de rantsoenering van voedsel.

De genoemde locaties, de Nieuwmarkt en de Albert Cuypmarkt, zijn historisch belangrijke handelsplaatsen in Amsterdam. De Nieuwmarkt lag in het hart van de Jodenbuurt; tegen 1943 was de Joodse bevolking daar grotendeels gedeporteerd, wat de dynamiek op de markt ingrijpend veranderde.

Het feit dat kooplieden hun vergunning niet gebruikten, kon wijzen op verschillende zaken: gebrek aan handelswaar door de oorlogsomstandigheden, ziekte, of andere persoonlijke belemmeringen. Het ambtelijke proces om dergelijke vergunningen te herstellen toont aan dat, ondanks de bezetting, de reguliere bureaucratie en administratie van de stad bleven functioneren voor de niet-Joodse bevolking.

Kooplieden in dit dossier 43

Amerika 10.800.- P'end. 200 - Gelderl 18.100 - Westl. 100 - Utrecht 1.900.- [bovenliggend: Limburg 5.400]
Gelderl 2700. Amerika 41.000.
H.J.J.Lazenschütz
H.J.L.Gastagé
Jamaica 900 - Santos 800
J.Fraan
Alle 43 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 5