Ambtelijke correspondentie / handgeschreven memo.
Origineel
Ambtelijke correspondentie / handgeschreven memo. 12 augustus 1943 (met latere aantekeningen tot 2 september 1943). H. van Moerkerken.
Bijgaande kramenlijst is door ons
onbestelbaar retour ontvangen. Zoudt U willen
doen onderzoeken of S. Schelvisch nog op dat
adres woonachtig is of, indien S. vertrokken
is, of de zaak nog wordt voortgezet?
is reeds overgeboekt op letter F.
HB. 2/9 '43.
A’dam, 12 Aug 1943.
[Paraaf]
Moet zijn letter F
(combinatie nummer)
[Paraaf]
[Aantekening in de linker marge, omcirkeld:]
Adres Thays
Van Worp (45)
Mw. Richter beweert,
dat geen spullen door
haar mag op nieuw
markt zijn geplaatst.
Nl. wordt alsnog
vermist.
[Paraaf] Het document is een interne ambtelijke notitie, waarschijnlijk van de Amsterdamse marktwezen-administratie. De kern van de zaak is een "kramenlijst" (een overzicht van toegewezen marktplaatsen) die niet bezorgd kon worden bij een zekere S. Schelvisch. Er wordt gevraagd of deze persoon nog op het adres woont of dat de zaak is voortgezet.
Opvallend zijn de administratieve toevoegingen in verschillende handschriften:
1. De hoofdvraag: Gedateerd 12 augustus 1943.
2. De administratieve verwerking: Er wordt op 2 september 1943 gemeld dat de zaak is "overgeboekt op letter F".
3. De kantlijnnotities: Deze lijken betrekking te hebben op een onderzoek ter plaatse. Er wordt melding gemaakt van een "Mw. Richter" die ontkent dat er spullen op de markt zijn geplaatst en er wordt gesproken over iets dat "vermist" wordt. De datum van dit document (augustus 1943) is historisch zeer significant. Amsterdam was op dat moment bezet door nazi-Duitsland. De naam S. Schelvisch is een veelvoorkomende Sefardisch-Joodse naam in Amsterdam.
In de context van 1943 is het feit dat post voor een Joodse markthandelaar als "onbestelbaar" retour kwam, vaak een direct gevolg van de deportaties naar de concentratie- en vernietigingskampen. Terwijl de bureaucratie (de administratie van de marktwezen) doorliep en onderzocht of "de zaak nog wordt voortgezet", waren de eigenaren in veel gevallen al weggevoerd. De notitie over "overgeboekt op letter F" en de verwarring over spullen die "vermist" zijn, past in het beeld van de systematische onteigening en bureaucratische afhandeling van Joods bezit tijdens de bezetting.