Archiefdocument
Origineel
[Handgeschreven in blauw potlood:]
Verzonden 6/9
6/9 mrp Amuller
[Getypte tekst:]
85/28/1 M. 6 September 1943. SV.
Den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
=============
Hiermede heb ik de eer U te berichten,
dat onderstaande vergunninghouders wien op
29 November 1938 onder nummer 811 L.M.'38 ver-
gunning is verleend voor het plaatsen van kramen
op de markten, zich, volgens ontvangen mede-
deeling in Duitschland bevinden.
Op grond hiervan verzoek ik U beleefd
wel te willen bevorderen, dat bij besluit van
den Burgemeester de op hen betrekking hebbende
beschikkingen worden ingetrokken.
De Directeur,
A.Schaap, Rapenburgerstraat 132.
Gebr.W.J.van Rooyen, Waterlooplein 87.
S.Schelvisch, Waterlooplein 56. Het document is een verzoek aan de wethouder om de marktvergunningen van drie specifieke personen of firma's in te trekken. De formele reden is dat de vergunninghouders zich "in Duitschland bevinden".
De drie genoemde partijen zijn:
1. A. Schaap, Rapenburgerstraat 132.
2. Gebr. W.J. van Rooyen, Waterlooplein 87.
3. S. Schelvisch, Waterlooplein 56.
De adressen (Rapenburgerstraat en Waterlooplein) bevinden zich in de Joodse buurt van Amsterdam. De namen Schaap en Schelvisch zijn bovendien typisch Joods-Amsterdamse namen. Het verzoek is een direct gevolg van de deportaties die in 1943 hun hoogtepunt bereikten. De formulering "in Duitschland bevinden" was het ambtelijke eufemisme voor het feit dat deze burgers waren weggevoerd naar de concentratie- of vernietigingskampen. In september 1943 was de Joodse buurt van Amsterdam nagenoeg leeggehaald door de Duitse bezetter. De administratieve nasleep hiervan was dat alle vergunningen, eigendommen en rechten van de gedeporteerden officieel moesten worden beëindigd of overgedragen.
Dit document toont de kille, bureaucratische zijde van de Holocaust: terwijl de vergunninghouders in levensgevaar waren of al vermoord, hield het stadsbestuur zich bezig met de administratieve afwikkeling van hun marktplaatsen. Het intrekken van deze beschikkingen maakte de weg vrij om de standplaatsen op de Amsterdamse markten aan niet-Joodse kooplieden toe te wijzen. A. Schaap S. Schelvisch W.J. van Rooyen Puls