Archiefdocument
Origineel
Voorstellen tot intrekking
van kraamvergunningen
wegens deportatie van vergunninghouder
A. Schaap, Rapenburgerstr.
132.
a. d. straat. Gaaspstraat.
Gebr.
W. J. v Rooyen Waterlooplein 69/8
a/d straat
Amstelveld
Jod. B. Straat
Waterlooplein
Uilenburg
Rapenburgerwal
Lindengracht
Westerstraat
Ten Katestraat
Dapperstraat
Sumatrastraat
Moseplein
S. Schelvis Waterlooplein 56
a/d straat
Waterlooplein
Uilenburg
Sumatrastraat
[In de linkermarge bij S. Schelvis:]
nog in
onderzoek!
bij moeder
en broer.
[Rode aantekeningen rechts:]
85/28/1
Acc.
thd
V Het document bevat een lijst van marktkooplieden wier vergunningen worden voorgedragen voor intrekking. De expliciete reden hiervoor is de "deportatie" van de houders.
- Personen: De namen A. Schaap en S. Schelvis, evenals de genoemde woonlocaties (Rapenburgerstraat, Waterlooplein), duiden op Joodse Amsterdammers. De familie Schelvis was een bekende familie van marktkooplieden in de Joodse buurt.
- Locaties: De lijst onder de namen betreft de locaties waar deze kooplieden standplaatsen hadden (o.a. Amstelveld, Jodenbreestraat, Lindengracht, Ten Katestraat).
- Marginale notitie: De opmerking bij S. Schelvis ("nog in onderzoek! bij moeder en broer") wijst erop dat de administratie op dat moment nog naging of de betrokkene daadwerkelijk weggevoerd was of mogelijk nog op een ander adres verbleef.
- Autorisatie: De rode markering "Acc." (Akkoord) geeft aan dat de voorgestelde intrekking van de vergunningen door een bevoegde ambtenaar is goedgekeurd. Dit document is een direct bewijs van de bureaucratische vervolging van de Joodse bevolking in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het toont hoe de ontheemding en vernietiging van mensenlevens door de bezetter onmiddellijk werd gevolgd door administratieve acties van de gemeente om hun economische positie (in dit geval kraamvergunningen) formeel te beëindigen. Het document illustreert de kille, zakelijke wijze waarop de beroving van Joodse burgers werd vastgelegd in de stedelijke administratie. A. Schaap B. Straat S. Schelvis
Samenvatting
Het document bevat een lijst van marktkooplieden wier vergunningen worden voorgedragen voor intrekking. De expliciete reden hiervoor is de "deportatie" van de houders.
- Personen: De namen A. Schaap en S. Schelvis, evenals de genoemde woonlocaties (Rapenburgerstraat, Waterlooplein), duiden op Joodse Amsterdammers. De familie Schelvis was een bekende familie van marktkooplieden in de Joodse buurt.
- Locaties: De lijst onder de namen betreft de locaties waar deze kooplieden standplaatsen hadden (o.a. Amstelveld, Jodenbreestraat, Lindengracht, Ten Katestraat).
- Marginale notitie: De opmerking bij S. Schelvis ("nog in onderzoek! bij moeder en broer") wijst erop dat de administratie op dat moment nog naging of de betrokkene daadwerkelijk weggevoerd was of mogelijk nog op een ander adres verbleef.
- Autorisatie: De rode markering "Acc." (Akkoord) geeft aan dat de voorgestelde intrekking van de vergunningen door een bevoegde ambtenaar is goedgekeurd.
Historische Context
Dit document is een direct bewijs van de bureaucratische vervolging van de Joodse bevolking in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het toont hoe de ontheemding en vernietiging van mensenlevens door de bezetter onmiddellijk werd gevolgd door administratieve acties van de gemeente om hun economische positie (in dit geval kraamvergunningen) formeel te beëindigen. Het document illustreert de kille, zakelijke wijze waarop de beroving van Joodse burgers werd vastgelegd in de stedelijke administratie.