Brief/verzoekschrift met ambtelijke kanttekeningen.
Origineel
Brief/verzoekschrift met ambtelijke kanttekeningen. September 1943. J. F. Smit, wonende aan de Albert Cuypstraat 203 II, Amsterdam. (Linkerzijde)
J. F. Smit pl 333 Alb. Cuypstraat
Adres: Albert Cuypstraat 203 II
[doorgehaald: onleesbaar, gedateerd 17-9-43 Amst.]
Spoed
Heeft samen met C. Perrons
een loods, om zijn nieuwe wagen
te bergen.
Aan wagen van Stoker werd
geen enkele reparatie uitge-
voerd, terwijl meerdere malen
is gebleken dat uit de kar
onderdelen werden ontvreemd.
M. i. derhalve tegen inwilli-
ging van het verzoek geen be-
zwaar.
85/29/2
[Paraaf]
20-9-43
Oltshoorn
[in potlood bijgeschreven:] (Wat zegt Fischer ervan?)
[omcirkeld:] Aan Marktwezen
(Rechterzijde)
Zoo ben ik er toe over gegaan
verleden week zelf een zeer moderne
mooie wagen, (die aan alle eischen
voldoet) te koopen.
Nu had ik een vriendelijk, doch
dringend verzoek aan uw, mij van
dienste te zijn, en mij een vergunning
te verleenen om met mijn eigen
wagen, (welke een sieraad voor de
markt zal zijn) op mijn standplaats
te mogen staan.
Bij voorbaat uw dankend
met de meeste Hoogachting
J. F. Smit.
geb. 20-9-94.
te Amsterdam
[Aantekening in de marge:]
Oproepen
17-9-43
Oltshoorn
[Aantekening onderaan:]
p 20/9 ’43
9.30 uur Het document is een verzoek van marktkramer J. F. Smit aan de instantie 'Marktwezen' in Amsterdam. Smit heeft een nieuwe, moderne marktwagen gekocht en vraagt toestemming om deze op zijn vaste standplaats (nummer 333) aan de Albert Cuypstraat te mogen gebruiken.
De argumentatie voor het verzoek is tweeledig:
1. De vorige wagen (gehuurd van een zekere Stoker) was in slechte staat en er werden onderdelen van gestolen.
2. Smit heeft inmiddels veilige stalling geregeld in een loods die hij deelt met C. Perrons.
De ambtelijke notities tonen de afhandeling van het verzoek. Een ambtenaar (mogelijk Oltshoorn) adviseert positief ("geen bezwaar"). Er is echter een kritische kanttekening in potlood toegevoegd: "Wat zegt Fischer ervan?". Dit wijst op een extra controle door een hogere functionaris of een specifieke afdeling. De brief dateert uit september 1943. Dit is een beladen periode in de geschiedenis van de Albert Cuypmarkt. Gedurende de bezetting was het Marktwezen onderworpen aan strikte regels van de bezetter.
De naam 'Fischer' in de kantlijn is historisch saillant. J.C. Fischer was een beruchte functionaris binnen de Amsterdamse gemeente die tijdens de oorlog nauw betrokken was bij de reorganisatie van de markten en de uitsluiting van Joodse kooplieden. In 1943 was de Albert Cuypmarkt inmiddels volledig 'gezuiverd' van Joodse handelaren.
De schaarste aan materialen tijdens de oorlogsjaren verklaart waarschijnlijk waarom Smit de diefstal van onderdelen uit zijn oude kar als belangrijk argument aanvoert; vervangende onderdelen waren destijds zeer moeilijk te verkrijgen. Het feit dat hij een "zeer moderne mooie wagen" heeft kunnen kopen, duidt erop dat hij ondanks de oorlogsomstandigheden over de nodige middelen beschikte om in zijn bedrijf te investeren. C. Perrons F. Smit J.C. Fischer Marktwezen