Brief (klachtenbrief)
Origineel
Brief (klachtenbrief) 23 april 1943 T. Prins, Mosveld 42 I, Amsterdam No. 90/4/1 M. 1943 27/4
Adam. 23-4-43.
M. H.
De ondergetekende T. Prins. wonende Mosveld 42 I Beklaacht zich over het optreden van de marktmeester van het Mosplein op Woensdag 21 April, daar ik langs de markt moest stond ik even tekijken naar de verkoop van visch, toen de marktmeester als een wild dier op mij kwam aan lopen mij beet pakte, mijn jas scheurde en mij op zij gooide, schreeuwende dat ik moest door lopen. Of dat toelaatbaar is, gaarne zou ik willen dat U daarnaar een onderzoek instelde, en mij de schade die ik heb ondervonden zou willen vergoeden.
Als getuigen van dit geval geef ik hier bij op. Den Heer J. Jansen Gentiaanstraat 15
Den Heer Ruiter Campanulastraat 47
U kunt er nog meer krijgen als U het nodig vind.
In afwachting op een gunstig antwoord teken ik.
Hoogachtend
T. Prins. Mosveld 42 I
Amsterdam.
[Aantekening linksonder in rood/potlood:]
M. brengt te nader onderzoek 3-5-43
[Aantekening onderaan in potlood:]
marktambtenaar oproepen Het document is een formele klacht van een burger, T. Prins, gericht aan de marktautoriteiten (waarschijnlijk de Dienst van het Marktwezen in Amsterdam). De brief is geschreven in een periode van grote schaarste en spanning.
De kern van de klacht is een incident op woensdag 21 april 1943 op het Mosplein (Amsterdam-Noord). De afzender stelt dat hij slechts even bleef staan kijken bij de visverkoop, waarna hij fysiek werd aangevallen door de marktmeester. De beschrijving van de marktmeester als "een wild dier" en de fysieke schade (een gescheurde jas) wijzen op een hardhandig optreden.
Prins eist een onderzoek en schadevergoeding. Hij onderbouwt zijn verhaal door direct de namen en adressen van twee getuigen uit de buurt (Gentiaanstraat en Campanulastraat) te vermelden, wat duidt op een sterke overtuiging van zijn gelijk. De ambtelijke kanttekeningen onderaan de brief tonen aan dat de klacht serieus werd genomen: er werd een onderzoek ingesteld en de betreffende marktambtenaar werd opgeroepen voor ver tekst en uitleg. De brief dateert uit april 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland. Deze context is cruciaal voor het begrijpen van de sfeer op de markt. Voedselvoorziening was onderhevig aan distributie en bonkaarten; vis was een van de weinige producten die soms nog buiten het strengste bonnenstelsel viel, wat vaak leidde tot grote drukte en opstootjes bij kramen.
Marktmeesters stonden in deze tijd onder grote druk om de orde te handhaven en samenscholingen te voorkomen (vaak op last van de bezetter). Het Mosveld en Mosplein in Amsterdam-Noord waren centrale plekken voor de lokale gemeenschap. Hoewel het oorlog was, bleven de civiele administratieve structuren en klachtenprocedures van de gemeente Amsterdam grotendeels intact, zoals blijkt uit de ordentelijke archivering en afhandeling van deze klacht.