de Haer
Bekijk Verhaal ➔Bron-evidence
Deze gebeurtenissen staan op documenten die aan deze persoon gekoppeld zijn, maar zijn nog niet als hard persoonsfeit bevestigd.
voor zijn op 6 October ’41 ingetrokken plaats Th. Waterlooplein
Met zekerheid kan echter worden aangenomen, dat P. geen vrijstelling van z.o.z.
L. Presser moet f 1.20 marktgeld betalen over de periode 8 Sept – 4 Oct ’41
Archiefdocumenten
Zakelijke correspondentie (brief).
* **Inhoud:** De brief is een kort en beleefd bedankje voor het toesturen van "schetsen". Hoewel de exacte aard van de schetsen niet wordt genoemd, wijst de adressering naar het "Marktwezen" in Amsterdam op een uitwisseling van technische of logistieke informatie over marktvoorzieningen tussen de twee grootste steden van Nederland. * **Administratieve sporen:** De brief bevat diverse archiefkenmerken. De stempels "№ 1/17/" en "M. 1939 60/3" duiden op een systematische registratie in het archief van de Rotterdamse havendienst of technische dienst. De handgeschreven notitie "opberge 10-3-39" geeft aan wanneer het document is gearchiveerd. * **Afdelingen:** In de linkermarge zijn de afdelingen 5e (Economische en Sociale Belangen) en 6e (Bouwpolitie) onderstreept. Dit suggereert dat de correspondentie relevant was voor deze specifieke sub-afdelingen van Stadsontwikkeling. * **Visuele elementen:** De brief is representatief voor de zakelijke stijl van eind jaren '30: strakke typografie, formeel taalgebruik ("Waarde Heer", "Tot wederdienst... bereid") en een duidelijke hiërarchische structuur in het briefhoofd.
Archiefkaart / Oproepingskaart (mogelijk van de Marktwezen-administratie van Amsterdam).
Deze kaart documenteert een administratieve procedure rondom een marktkoopman genaamd A. Vogel in november 1940. De belangrijkste punten uit het document zijn: 1. **Oproeping:** Vogel wordt opgeroepen omdat hij zijn vaste standplaats op de markt in de Westerstraat niet regelmatig bezet. In die tijd was het behoud van een marktvergunning vaak afhankelijk van het daadwerkelijk gebruiken van de plek. 2. **Financiële situatie:** Uit de aantekeningen van de inspecteur blijkt dat Vogel "steun" (sociale uitkering) heeft aangevraagd. Dit verklaart waarschijnlijk waarom hij zijn plek op de markt niet bezet; hij heeft mogelijk geen middelen meer om handel te drijven. 3. **Besluitvorming:** Inspecteur De Haer besluit op 20 november om de situatie nog een week aan te zien. Als er dan nog geen duidelijkheid is over de steunverlening, moet de vergunning worden "geschrapt". 4. **Afwikkeling:** Een latere notitie van 10 december 1940 vermeldt dat de kaart kan worden opgeborgen ("Opbergen") omdat Vogel vanaf 7 december officieel "in de steun" zit. Hiermee vervalt waarschijnlijk de noodzaak voor de oproep of het schrappen van de marktplaats op basis van nalatigheid, aangezien zijn onvermogen om te werken nu officieel erkend is.
Getypte notulen/verslag van een vergadering (waarschijnlijk een marktcommissie).
De kern van de discussie op deze pagina betreft de **opvolging en assistentie bij marktstandplaatsen**. Er bestaat een spanningsveld tussen het "morele recht" van kinderen die jarenlang hun ouders hebben geassisteerd (bepleit door de heer Neeter) en het formele systeem van toewijzing via sollicitantenlijsten. De Voorzitter stelt een compromis voor: assistenten moeten zich direct bij meerderjarigheid inschrijven op de algemene wachtlijst. Hierdoor bouwen zij anciënniteit (een rangnummer) op terwijl ze blijven assisteren, zonder dat er sprake is van directe, automatische vererving van de standplaats. De heren De Haer en Presser waarschuwen voor oneerlijke concurrentie en de ongewenste formalisering van "erfelijkheid" in de markthandel. De discussie wordt onbeslist verdaagd naar een volgende vergadering.
Verslag/notulen van een vergadering (vermoedelijk een gemeentelijke marktcommissie).
De tekst is een ambtelijk verslag over de regulering van marktplaatsen. Er is een duidelijke spanning zichtbaar tussen de gewenste orde (vaste bezetting, controleerbare regels) en de praktische onmogelijkheid daarvan voor de kooplieden. De handgeschreven correcties zijn essentieel: * De toevoeging van het woord **"niet"** bij Zoutendijk verandert de strekking van zijn betoog over de heer Seegers volledig. * De toevoeging van **"poelierartikelen"** verduidelijkt welke specifieke handelsproducten bedoeld worden. * De correctie van **"geschapen"** naar **"gezocht"** (bijgestaan door de kanttekening "H gekregen") nuanceert hoe een 'losse' koopman aan zijn plek komt. De gebruikte spelling (bijv. "vireenigen", "zooals") is conform de schrijfwijze van vóór de spellinghervorming van Marchant/De Vries en Te Winkel die pas na 1947 definitief werd aangepast.
Getypt verslag van een vergadering (waarschijnlijk notulen van een gemeentelijke commissie of raadsvergadering).
Dit document verslaat een discussie over de regulering van straathandel (venten) in Amsterdam tijdens de crisisjaren. De kernpunten zijn: 1. **Legalisering van illegale standplaatsen:** Er is een voorstel om 'clandestiene' (illegale) venters een vaste standplaats te geven om zo het totale aantal venters op straat te beperken. 2. **Kritiek op de uitvoering:** De heer Seegers uit zijn zorgen over de rechtvaardigheid hiervan. Hij wijst erop dat het simpelweg legaliseren van een illegale plek de 'legale' venters in die buurt kan benadelen (omdat zij dan op afstand moeten blijven volgens de verordening), terwijl de illegale venter niet noodzakelijkerwijs de meeste rechten (zoals anciënniteit) heeft. Hij pleit voor commissie-overleg bij elke toewijzing. 3. **Beperkingsbeleid:** Uit de rondvraag blijkt een streng ontmoedigingsbeleid. De gemeente Amsterdam is per 1 januari 1935 gestopt met het verlenen van nieuwe ventvergunningen, behalve in uitzonderlijke gevallen. Dit duidt op een poging om de overvolle markt van straatverkopers te saneren. 4. **Individuele casus:** Er wordt specifiek navraag gedaan naar een zekere heer Goud uit Aalsmeer, waarbij gecontroleerd wordt of zijn vergunning wel volgens de regels is verstrekt.
Handgeschreven administratieve notitie/kanttekening op een dossierstuk.
Het document toont een interne administratieve discussie over een verzoek tot terugbetaling (restitutie). 1. **Het aanvankelijke advies (17-12-1940):** De ambtenaar 'de Haer' adviseert positief ("M.i." staat voor *Mijns inziens*). Op basis van bijgevoegde rapporten zou A. Kruyshaar vanaf juni 1940 recht hebben op restitutie. 2. **De kritische kanttekening (21-01-1941):** Een tweede persoon (waarschijnlijk een superieur of controller) uit in rood potlood felle twijfels. Hij verwijst naar een "principieele vraag" van Th. Müller. 3. **Het bezwaar:** Het voornaamste argument tegen uitbetaling is het gebrek aan toezicht. Omdat er geen controle is geweest op het daadwerkelijke gebruik van de ligplaats, vindt de schrijver het verdacht dat de aanvrager pas een half jaar later ("1/2 jaar later plotseling") met een claim komt. De afkorting "Bespr. s.v.p." (Bespreken s'il vous plaît) geeft aan dat dit punt intern nog verder overlegd moet worden.
Document
Dit document is een administratieve notitie betreffende de marktvergunning van de heer S. Boer voor de Amsterdamse Dapper markt. Uit de aantekeningen blijkt dat Boer op 27 oktober 1940 officieel is gewaarschuwd vanwege onregelmatige aanwezigheid op zijn marktplaats (nr. 87). In januari 1941 wordt door ambtenaar De Haer besloten dat Boer zijn plek tijdelijk mag laten leegstaan tot het begin van het voorjaar, mits de wekelijkse marktgelden (mogelijk het bedrag van 1,40 gulden dat in rode inkt genoteerd staat) worden doorbetaald. Het document toont een strakke bureaucratische opvolging met diverse controlemomenten en oproepen in de eerste weken van 1941.
Oproepingskaart/registratieformulier van het Marktwezen Amsterdam.
* **Onderwerp:** Dit document is een officiële vastlegging van een verzuim door een marktkoopman. De heer Q. Heijde, woonachtig aan de Amstelkade, wordt op het matje geroepen omdat hij zijn vaste standplaats (nummer 109) op de Westerstraatmarkt niet regelmatig bezet. * **Procedure:** Er is reeds een eerdere melding of waarschuwing geweest op 7 september 1940. Op 16 oktober 1940 om 9:00 uur heeft er blijkbaar een gesprek plaatsgevonden met de inspecteur. * **Resultaat:** De inspecteur (De Haer) noteert dat de betrokkene heeft toegezegd zijn plaats voortaan wel weer regelmatig in te nemen. Hierop is het dossier op 24 oktober administratief afgehandeld ("opbergen"). * **Handschrift:** Het betreft een combinatie van een voorgedrukt formulier, een administratieve stempel en handgeschreven toevoegingen in een zakelijk handschrift uit de vroege 20e eeuw.
Administratief bijblad/besluit van de Gemeente Amsterdam betreffende marktplaatsbezetting.
Het document is een ambtelijk besluit over een verzoek van een marktkramer, de heer Van der Kar. Hij vraagt toestemming om zijn vaste standplaats op de Albert Cuypmarkt voor een periode van drie maanden niet te hoeven bezetten. De ambtenaar De Haer adviseert op 12 juli 1941 om dit toe te staan. De reden voor dit verzoek is de "beperkte verkoopmogelijkheid" voor het artikel dat hij verkoopt: schoeisel. Dit duidt op tekorten of distributieproblemen in die tijd. De gemeente gaat akkoord, maar stelt wel een harde voorwaarde: het marktgeld moet gedurende deze drie maanden wekelijks worden doorbetaald om het recht op de standplaats te behouden. Het document is voorzien van diverse stempels en parafen die de ambtelijke hiërarchie en goedkeuring ("acc.") bevestigen.
Intern administratief bijblad/notitieblok van de gemeente (mogelijk Amsterdam, gezien de straatnamen).
Dit document betreft een verzoek van een marktkoopman genaamd H. Snoek voor een uitstel van drie maanden, waarschijnlijk met betrekking tot het exploiteren van zijn marktplaatsen (plek 71 in de Westerstraat en plek 55 aan de Lijnbaansgracht in Amsterdam). De administratieve gang van zaken is als volgt: 1. **12 september 1941:** De marktcontroleur De Wolff neemt kennis van de zaak. 2. **25 september 1941:** Een onbekende functionaris geeft een positief advies met de veelzeggende bewoording "gezien de tijdsomstandigheden". 3. **7 oktober 1941:** Ambtenaar De Haer gaat akkoord met het uitstel, mits de wekelijkse marktgelden wel gewoon worden doorbetaald tijdens de afwezigheid van de koopman. 4. **10-15 oktober 1941:** Het besluit wordt geformaliseerd ("acc. modelbriefje") en het dossier krijgt een nieuw volgnummer (28/43/2 M).
Getypte notulen of een verslag van een vergadering.
De tekst verslaat een discussie over de regulering van straathandel in een specifiek deel van Amsterdam (Oosterparkbuurt). De kernpunten zijn: 1. **De Markt op het Iepenplein:** Er is algemene instemming over het oprichten van een markt op het Iepenplein. De discussie gaat over of dit een gespecialiseerde markt (levensmiddelen/bloemen) of een algemene markt moet worden. 2. **Het Ventverbod:** Er is onenigheid over een aanvullend ventverbod in de omliggende straten (zoals de Camperstraat). De heer Presser vreest voor de broodwinning van de straatverkopers (venters), terwijl de heer De Haer wijst op klachten over 'clandestiene standplaatsen' en aangeeft dat de meeste venters bereid zijn naar de officiële markt te verhuizen. 3. **Regelgeving:** Er wordt verwezen naar de regel dat venters 50 meter afstand van een markt moeten houden, maar dat het bedienen van klanten binnen die zone wel is toegestaan, tenzij er een specifiek straatverbod geldt. De beslissing over het ventverbod wordt doorgeschoven naar een gespecialiseerde commissie.
Administratieve notitie/correspondentie op een officieel bijblad (Alg. Zaken Model No. 14).
Dit document is een intern ambtelijk schrijven betreffende een betalingsachterstand van een markthandelaar genaamd L. Presser. De kern van de zaak is een openstaand bedrag van 1,20 gulden aan marktgeld voor een standplaats op het Waterlooplein over de periode september-oktober 1941. Uit de verschillende handschriften en data blijkt een proces van invordering: 1. **10 maart:** Er wordt geconstateerd dat er nog betaald moet worden en er wordt geadviseerd Presser op te roepen. 2. **11-25 maart:** Presser wordt meermaals opgeroepen om te verschijnen (om 9:30 uur), maar hij geeft hier geen gehoor aan. 3. **Eind maart:** Er ontstaat verwarring over een brief van Presser d.d. 25 maart. 4. **1 april:** Ambtenaar 'de Haer' concludeert dat Presser de oproepen heeft genegeerd en adviseert om tot invordering over te gaan. 5. **Onderste noot:** Er wordt verwezen naar eerdere correspondentie uit 1941. Men stelt vast dat niet meer precies te achterhalen is wat de inspecteur destijds met Presser heeft besproken, maar dat er vrijwel zeker geen sprake is van een vrijstelling.
Handgeschreven ambtelijke notitie op een gevouwen vel papier.
Dit document is een ambtelijke notitie die waarschijnlijk betrekking heeft op een verzoek tot vrijstelling van deportatie (een zogenaamde 'Sperre') tijdens de Duitse bezetting van Nederland. 1. **De aanvraag:** De tekst bovenaan vermeldt de personalia van S. Polak. De opmerking "ongehuwd" is hier cruciaal; in de vroege fasen van de deportaties werden ongehuwde Joodse burgers vaak met voorrang opgeroepen voor de zogenaamde 'werkverruiming' in het Oosten (deportatie naar vernietigingskampen). 2. **Het advies:** De ambtenaar 'de Haer' (vermoedelijk P. de Haer, een Amsterdamse politieambtenaar werkzaam voor het Bureau Joodsche Zaken) adviseert op 18 september 1942 om het verzoek af te wijzen ("m.i. moet verzoek worden afgewezen"). 3. **Betrokkenheid Spoorwegen:** De tweede aantekening is van 26 september 1942, ondertekend door J. Renz, die zichzelf aanduidt als "Spoorw amb." (spoorwegambtenaar). Dit illustreert de administratieve verstrengeling van verschillende instanties, waaronder de Nederlandse Spoorwegen (NS), bij de uitvoering van de maatregelen tegen de Joodse bevolking. 4. **Paarse notitie:** De paarse krabbel onderaan is onduidelijk. Hoewel het lijkt op "vrijgesteld", strookt dit niet logischerwijs met het negatieve advies erboven, tenzij er op het laatste moment een andere beslissing is genomen of de term een andere administratieve betekenis heeft.
Handgeschreven rapport/ambtelijke correspondentie.
Dit document betreft een intern incidentverslag van het Amsterdamse Marktwezen tijdens de bezettingsjaren. De kern van het conflict is een zending van 16 mandjes garnalen die door vishandelaar H. Wijnschenk niet tijdig van het Centraal Station werden opgehaald, terwijl andere vis (geep en schar) uit dezelfde zending wel was afgehaald. De rapporteur beschuldigt Wijnschenk expliciet van "tegenwerking" en een "gekke vertooning". Echter, in de kanttekening van de Inspecteur (De Haer) wordt de situatie genuanceerd: het zou gaan om een fout van de knecht. De bederfelijke waar is vervolgens direct verkocht aan een andere partij (Hagedoorn) om verspilling te voorkomen, waarbij een percentage van de opbrengst is ingehouden.
Ambtsverslag / Rapport van diefstal.
Het document is een formeel rapport van een controleur aan zijn inspecteur. De tekst beschrijft een chronologische opeenvolging van gebeurtenissen: 1. **De provocatie:** Bockelman vraagt om een vis, wordt geweigerd en uit een expliciet dreigement ("...hij er één van hem zou stelen"). 2. **De daad:** Terwijl het slachtoffer (Ter Voort Jr.) even afwezig is, voert Bockelman zijn dreigement uit en ontvreemdt een snoekbaars van de wagen. 3. **De confrontatie:** Bij terugkomst ziet Ter Voort de diefstal. Er ontstaat een "hevig twistgesprek" (onderstreept in rood voor nadruk), waarna de vis pas wordt teruggegeven. 4. **Conclusie:** De controleur kwalificeert de handeling onomstotelijk als diefstal, ongeacht het feit dat de vis uiteindelijk is teruggegeven. Opvallend is de vermelding "van 19-3-'04" achter de naam van Bockelman. In archiefstukken uit deze periode duidt dit vaak op een geboortedatum. Als dit het geval is, zou de dader op het moment van het incident (1912) slechts 8 jaar oud zijn geweest. Gezien de context (het dreigen en de ruzie bij een viswagen op het marktterrein) kan het echter ook verwijzen naar een inschrijvingsnummer of vergunningsdatum van een handelaar.
Document
* **Inhoud:** Het document is een formeel verzoek aan de wethouder voor Levensmiddelen om de communicatie-infrastructuur van de Amsterdamse markten te verbeteren. Er wordt gepleit voor vaste telefoonlijnen in de marktkantoren van de Albert Cuypstraat, Ten Katestraat en Noordermarkt, omdat men nu nog afhankelijk is van telefoons van particulieren. Daarnaast wordt er verzocht om een telefoonaansluiting bij de bureauchef thuis vanwege zijn cruciale rol in de visvoorziening van de stad. * **Correcties:** Er zijn significante tekstuele wijzigingen in dit concept. Een heel tekstblok over de avondwerkzaamheden van de bureauchef is doorgehaald, mogelijk omdat dit als te triviaal of onvoldoende argumentatie werd gezien. De vervanging van het woord "beslissing" door "handeling" aan het eind suggereert een verschuiving van administratieve macht naar operationele noodzaak. * **Structuur:** Het document volgt de klassieke opbouw van een ambtelijk schrijven: aanhef, probleemstelling (gebrekkige bereikbaarheid), argumentatie (belang van visverkoop en toewijzingen), concreet voorstel, en een specifieke casus (de bureauchef).
Verslag van een vergadering (Concept-notulen)
Dit document is een verslag van een dienstvergadering van het 'Marktwezen' tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De kern van de vergadering is de corruptie en de gebrekkige handhaving bij de distributie van vis op de dagmarkten. **Belangrijkste punten uit het verslag:** * **Fraude en vriendjespolitiek:** Er wordt geconstateerd dat kostbare vis (zoals snoekbaars en Deense vis) wordt achtergehouden voor eigen gebruik of voor de politie en kennissen, in plaats van op de markt te verschijnen voor het publiek. * **Strengere controle:** Er worden maatregelen aangekondigd zoals het 'turven' (tellen/noteren) van de voorraad en het beperken van het aantal assistenten per koopman om illegale handel tegen te gaan. * **Gebrek aan mankracht:** De ambtenaren Dijkema en Uitvlugt klagen dat zij hun controlerende taak niet kunnen uitvoeren omdat er geen politiebijstand beschikbaar is op locaties als de Jan Evertsenstraat en het Mosplein. * **Sociale ongelijkheid:** De visventers ervaren een onrechtvaardigheid (grief) omdat zij aan strenge regels gebonden zijn, terwijl viswinkels schijnbaar vrijer mogen verkopen.
Document
Dit document is een formele bevestiging van een telefonische afspraak tussen een Amsterdamse overheidsdienst en de organisatie "Omnia". De kern van de brief is de uitbreiding van het aantal standplaatsen voor "gemengd gehuwde Joden" op de speciaal ingerichte Joodse markt aan de Joubertstraat. De genoemde organisatie, **Omnia Treuhandgesellschaft**, was een door de Duitse bezetter opgerichte instantie die belast was met de "Arisering" (het liquideren of overnemen) van Joodse bedrijven en vermogens. Dat de directeur van een gemeentelijke dienst met hen overlegt over de indeling van een markt, toont de nauwe verwevenheid aan tussen het civiele bestuur en de nationaalsocialistische onteigeningsmachinerie. De vermelding van **"gemengd gehuwde Joden"** is cruciaal. In augustus 1943 was het overgrote deel van de Joodse bevolking in Nederland reeds gedeporteerd. Joden die getrouwd waren met niet-Joodse partners (de zogenaamde "gemengd gehuwden") genoten op dat moment nog een zekere mate van bescherming tegen deportatie, hoewel hun bewegingsvrijheid en economische mogelijkheden extreem beperkt waren. Deze brief illustreert de bureaucratische controle op de laatste resten van het Joodse economische leven in de stad.
Notities/Verslag van een bespreking (concept).
Dit document betreft de notulen van een ambtelijk overleg over de distributie van vis tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kern van de discussie is hoe de schaarse hoeveelheid vis (slechts een half pond per persoon per kwartaal in 1942) eerlijk verdeeld kan worden onder de bevolking in de grote steden. Er worden twee belangrijke knelpunten gesignaleerd: 1. **De marktstructuur:** In Amsterdam wordt 75% van de vis door straathandelaars verkocht. Een regeling die alleen winkeliers bindt, zou dus zinloos zijn. Men stelt voor een algemene "klantenbinding" (verplichte registratie van consumenten bij een specifieke handelaar) in te voeren. 2. **Persoonskaart vs. Gezinskaart:** Er is onenigheid over de administratieve vorm. De voorkeur gaat uiteindelijk uit naar de persoonskaart, omdat ervaringen met de kolendistributie hebben geleerd dat gezinskaarten die geen rekening houden met de gezinsgrootte onrechtvaardig en lastig uitvoerbaar zijn. De notities tonen de bureaucratische worsteling met schaarste en de pogingen om de zwarte handel in de steden te beperken door striktere distributiesystemen.
Getypte brief met handgeschreven kanttekening.
* **Inhoud:** De brief is een formeel, ambtelijk verzoek om schaarse goederen. Een directeur (waarschijnlijk van de marktmeester-dienst) verzoekt de Distributiedienst om zes binnen- en buitenbanden toe te wijzen aan drie specifieke ambtenaren (Inspecteur De Haer en de heer Van Duinhoven, plus een derde niet-genoemde persoon). * **Argumentatie:** Het verzoek wordt gerechtvaardigd door de aard van hun functie: zij moeten toezicht houden op alle markten in de stad, waarvoor een fiets noodzakelijk is. * **Taalgebruik:** De brief hanteert de toen gebruikelijke formele schrijftaal en spelling (zoals "onzen", "eenigszins", "Uwe"). Het gebruik van de dubbele onderstreping onder de plaatsnaam was een standaard kantoorpraktijk in die tijd. * **Handgeschreven toevoeging:** De notitie "Verzonden 3/9" bevestigt de administratieve afhandeling op de dag van datering zelf.
Achterzijde van een envelop of gevouwen officieel schrijven.
* **Herkomst:** De rode zegels bevestigen dat dit een officieel stuk is van de Gemeente Amsterdam. Het gebruik van dergelijke papieren sluitzegels wijst op een formele, mogelijk vertrouwelijke correspondentie vanuit het stadhuis of een gemeentelijke dienst. * **Handgeschreven annotaties:** De naam "Hr de Haer" (Heer de Haer) komt tweemaal voor. * De eerste vermelding staat ondersteboven ten opzichte van de zegels en is met een enkele lijn doorgehaald. Dit kan duiden op een sorteerfout of een eerdere adressering die gecorrigeerd is. * De tweede vermelding is duidelijk leesbaar en onderstreept, wat aangeeft dat dit de definitieve bestemming/geadresseerde van het document was. * **Nummering:** Het kleine getal boven de doorgehaalde naam ("130") zou een postkamer-nummer, een kamernummer of een archiefreferentie kunnen zijn.
Getypte notitie/besprekingsverslag
Deze notities werpen licht op de complexiteit van de voedselvoorziening en de handhaving daarvan in bezet Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kern van het probleem is de illegale ('zwarte') handel in gerookte vis door zogenaamde 'boerenventers' uit omliggende plaatsen zoals Monnikendam en Volendam. * **Handhavingsproblematiek:** De C.C.D. (Crisis Controle Dienst) erkent dat zij machteloos staan. Venters maken misbruik van 'geleidebiljetten' (vervoersbewijzen) door te claimen dat ze slechts op doorreis zijn. Bovendien biedt de toenmalige wetgeving (het 17e Uitvoeringsbesluit) mazen waardoor vis legaal de stad in kan komen, terwijl de C.C.D. niet bevoegd is om de lokale Ventverordening te handhaven. * **Reguleringsvoorstel:** De C.C.D. stelt voor om deze illegale handel te kanaliseren door de venters officiële standplaatsen op de Amsterdamse markten te geven. * **Sociale spanningen:** Het Amsterdamse 'Marktwezen' (de gemeente) voorziet grote problemen. Er is een scheve verhouding in de toewijzing van vis (quota): de buitenventers krijgen meer voorraad dan de Amsterdamse handelaren. Dit zorgt voor scheve gezichten en angst voor 'wanorde' op de markt. * **Juridische verschuiving:** Kranenburg (namens het Bedrijfschap) kondigt een nieuwe verordening aan die de invoer van vis door straatkooplieden in steden weer aan banden moet leggen, een terugkeer naar een strenger beleid. ---
Ambtelijke notitie / intern memorandum.
Dit document is een verslag van een schadegeval en de daaropvolgende afhandeling tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Op 6 januari 1944 is een ijzeren toegangshek bij een pier zwaar beschadigd door een konvooi van de Nederlandse Spoorwegen (N.S.). Opvallend is de prioriteit die aan de reparatie wordt gegeven: omdat het achterliggende terrein door de *Duitsche Weermacht* werd gebruikt, kon men niet wachten met herstel. De afdeling Publieke Werken kreeg direct de opdracht voor zowel een noodvoorziening als een definitieve reparatie. Er is een mondelinge overeenkomst met een hoofdopzichter van de N.S. (de heer Lagarde) dat de kosten op de spoorwegen verhaald kunnen worden. De notitie dient als dossierstuk om te bevestigen dat de werkzaamheden op 1 maart 1944 zijn afgerond en de financiële afwikkeling kan volgen.
Getypt afschrift van een brief.
Deze tekst is een officieel afschrift van een verzoekschrift aan het gemeentebestuur van Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. De briefschrijfster, M.E. Botter-Jansen, beklaagt zich over de hoeveelheid vis die aan haar is toegewezen. Ze stelt dat ze na een bezoek aan de 'Visscherijcentrale' in Den Haag heeft vernomen dat ze wordt benadeeld, met name wat betreft de toewijzing van 'fijnvisch' (duurdere of kwalitatief betere vissoorten). Haar argument is gebaseerd op een onderscheid tussen winkeliers en straatventers: winkels hebben hogere vaste lasten en zouden daarom recht hebben op een factor 1,5 aan toewijzing vergeleken met venters. Ze verzoekt om een persoonlijk onderhoud met de wethouder om haar situatie toe te lichten. Onderaan het document staat een ambtelijke notitie waarin de Wethouder voor de Levensmiddelen de zaak ter advisering doorstuurt naar de Directeur van het Marktwezen.
Handgeschreven memo of rapportage.
* **Inhoud:** Het document doet verslag van een logistieke operatie waarbij grote hoeveelheden vis van Scheveningen naar Amsterdam werden getransporteerd. Er wordt melding gemaakt van het gebruik van een "trailer", wat duidt op gemotoriseerd transport. * **Omvang:** De schaal van de operatie is aanzienlijk. Er wordt gesproken over een werkdag die duurde van 07:00 uur 's ochtends tot 01:30 uur 's nachts. De laatste zending betrof 400 kisten van elk 40 kg, wat neerkomt op 16.000 kg (16 ton) vis. * **Stijl en spelling:** Het verslag is zakelijk en feitelijk. De spelling is conform de oude spelling-De Vries en Te Winkel (bijv. "visch", "dien"), die officieel tot 1947 in gebruik was. * **Toon:** De tekst benadrukt dat de goederen "veilig" zijn gearriveerd, wat kan wijzen op een context waarin transport niet vanzelfsprekend was (bijv. door schaarste, rantsoenering of oorlogstijd).
Relevante Archieffragmenten
# TRANSCRIPTIE [Handgeschreven rechtsboven:] Mr. de Haar HG. [Handgeschreven:] Verzonden 17/11-'39 26/72/3 M. 17 November 1939. den Heer Ph.van Praag Sigaar, Vrolikstraat 253, Amsterdam-Oost. Wijk 20. Mij is gerapporteerd, dat U zich op 14 November jl. op de markt Dapperstraat heeft laten vervangen, terwijl U dezerzijds daartoe geen toestemming is verleend. Ik waar- schuw U hierbij, dit voo...
# TRANSCRIPTIE [Rechtsboven, handgeschreven]: 2 ex. Hr. de Haer. [Linksboven]: VP/HG. [handgeschreven]: *extra.* 26/64/2 M. [Rechts]: 24 October 1939. den Heer S. Boer, Wagenaarstraat 103, <u>Amsterdam-Oost.</u> Wijk 18. Naar aanleiding van Uw brief d.d. 5 dezer verleen ik U hierbij gedurende vier weken na dato dezes uitstel van Uw verplichting om regelmatig een plaats op de markt Dapper- st...
# TRANSCRIPTIE Mr. de Haer van C. Houwaart. Simon Goudeketting. 17 Nov 1941. 250 p brasem. J Locher. 17 Nov. 1941 350 p brasem en blei. J Locher 19 Nov. 1941 236 p brasem snoek en blei. Tie Locher 19 Nov. 1941 150 p brasem. Gemeente Afslag 19 Nov 1941 661 p brasem + blei v d Berg 19 Nov 1941 50 p brasem. Ph Zwaken 19 Nov 1941 117 p brasem en blei. Dijkstra 19 Nov 1941 258 p brasem snoek en blei.
# TRANSCRIPTIE 2ex. Hr. de Haer HG. 26/70/3 M. Verzonden 7/11-'39 6 November 1939. den Heer J.J. Hofman, Halmaheirastraat 4 III, <u>Amsterdam-Oost.</u> Wijk 18A. Mij is gerapporteerd, dat U op 28 October jl. op de markt aan het Dapperplein meer ruimte innam, dan waarop U recht had. Ik waarschuw U hierbij ernstig dit voortaan na te laten. De Directeur,
# TRANSCRIPTIE [Stempel linksboven:] No 46 A/47/III. 1940 26/40 [Rechtsboven:] Amsterdam 24 October 1940. AanwelEd.Heer. A. H. de Haer. Heden Donderdagmorgen 24 Oct. 1940, vond ik de reddings- haak, stuk op het buitenterrein. De stok was in 3 stukken. - Later ben ik door Van Meckeren te weten gekomen, dat de reddings- haak, gisteren middag 23 Oct '40 was stuk gereden, door een auto met aanhan...