Handgeschreven brief (verzoekschrift/bezwaarschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift/bezwaarschrift). 12 februari 1941. J. Heide, Waterlooplein 100 II, Amsterdam. De Directeur van het Marktwezen van Amsterdam. [Stempel linksboven:]
Nº 102/367 L.M. 1940 14/2 41
[Tekst rechtsboven:]
Amsterdam 12/2 1941
Afd. L. M.
No 102/367 (1940)
Reinigingsrecht – Warenwet.
Aan Den Directeur van het
Markt wezen van Amsterdam.
[Stempel midden:]
Nº 20/11/1 M. 1941 21/2
[Rechtsmidden:]
Afd. L.M.
[Body tekst:]
Beleefd verzoek ik u mijn bezwaar te willen
Onderzoeken de reden daarvan is. ik ben
aangeslagen voor de Belasting dat ik in 1940 een
standplaats heb ingenomen maar dat het onjuist
moet zijn daar ik in Militaire dienst was.
van Juni 1939 tot en met Juli 1940
En daarna ben ik opgenomen Voor de opbouwdienst
tot 9 October 1940. Gaarne zou ik willen
dat u daar rapport over uit brengt aan het
Colege van B. en W.
[Onderkant:]
ZOZ [in rood potlood, dubbel onderstreept]
Hoogachtend. u edele Dienaar.
J. Heide
Waterlooplein 100 II
Amsterdam C. * Kern van het bezwaar: De heer J. Heide protesteert tegen een aanslag voor 'reinigingsrecht' (marktgelden) over het jaar 1940. Hij stelt dat hij in die periode onmogelijk een standplaats op de markt bezet kan hebben, omdat hij in actieve militaire dienst was en daarna werkzaam was bij de Opbouwdienst.
* Tijdlijn van de afzender:
* Juni 1939 – Juli 1940: Militaire dienst (pre-mobilisatie, oorlogsdagen en de periode direct na de capitulatie).
* Juli 1940 – 9 oktober 1940: Werkzaam bij de Opbouwdienst.
* Terminologie:
* Reinigingsrecht: Een belasting die marktkooplieden moesten betalen voor het schoonmaken van de marktterreinen.
* Opbouwdienst: De Nederlandse Opbouwdienst (1940) was de opvolger van het ontbonden Nederlandse leger, bedoeld om gedemobiliseerde militairen aan werk te helpen en de wederopbouw te bevorderen, maar later door de bezetter ingezet voor arbeidsinzet.
* B. en W.: Burgemeester en Wethouders van Amsterdam.
* Administratieve gang: De brief is binnen tien dagen door verschillende bureaucratische lagen gegaan, getuige de data 12/2, 14/2 en 21/2 op de stempels. Dit document stamt uit februari 1941, een cruciale maand in de geschiedenis van bezet Amsterdam. Slechts dertien dagen na de datum op deze brief (12 februari) zou de Februaristaking uitbreken. Het adres van de afzender, Waterlooplein 100, is zeer significant: dit lag in het hart van de Joodse buurt. Op 12 februari 1941 werd door de bezetter de Joodse wijk (Judenviertel) afgesloten met prikkeldraad en ophaalbruggen na rellen tussen de WA en bewoners.
De brief toont de dagelijkse realiteit van een burger die, ondanks de oorlogsomstandigheden en de dreiging in zijn buurt, nog steeds de weg van de officiële bureaucratie bewandelt om een onterechte belastingaanslag aan te vechten. Het illustreert ook de overgang van militairen naar de Opbouwdienst na de Nederlandse overgave in mei 1940. J. Heide Marktwezen WA
Samenvatting
- Kern van het bezwaar: De heer J. Heide protesteert tegen een aanslag voor 'reinigingsrecht' (marktgelden) over het jaar 1940. Hij stelt dat hij in die periode onmogelijk een standplaats op de markt bezet kan hebben, omdat hij in actieve militaire dienst was en daarna werkzaam was bij de Opbouwdienst.
- Tijdlijn van de afzender:
- Juni 1939 – Juli 1940: Militaire dienst (pre-mobilisatie, oorlogsdagen en de periode direct na de capitulatie).
- Juli 1940 – 9 oktober 1940: Werkzaam bij de Opbouwdienst.
- Terminologie:
- Reinigingsrecht: Een belasting die marktkooplieden moesten betalen voor het schoonmaken van de marktterreinen.
- Opbouwdienst: De Nederlandse Opbouwdienst (1940) was de opvolger van het ontbonden Nederlandse leger, bedoeld om gedemobiliseerde militairen aan werk te helpen en de wederopbouw te bevorderen, maar later door de bezetter ingezet voor arbeidsinzet.
- B. en W.: Burgemeester en Wethouders van Amsterdam.
- Administratieve gang: De brief is binnen tien dagen door verschillende bureaucratische lagen gegaan, getuige de data 12/2, 14/2 en 21/2 op de stempels.
Historische Context
Dit document stamt uit februari 1941, een cruciale maand in de geschiedenis van bezet Amsterdam. Slechts dertien dagen na de datum op deze brief (12 februari) zou de Februaristaking uitbreken. Het adres van de afzender, Waterlooplein 100, is zeer significant: dit lag in het hart van de Joodse buurt. Op 12 februari 1941 werd door de bezetter de Joodse wijk (Judenviertel) afgesloten met prikkeldraad en ophaalbruggen na rellen tussen de WA en bewoners.
De brief toont de dagelijkse realiteit van een burger die, ondanks de oorlogsomstandigheden en de dreiging in zijn buurt, nog steeds de weg van de officiële bureaucratie bewandelt om een onterechte belastingaanslag aan te vechten. Het illustreert ook de overgang van militairen naar de Opbouwdienst na de Nederlandse overgave in mei 1940.