Administratief bijblad/interne notitie met concept-beantwoording.
Origineel
Administratief bijblad/interne notitie met concept-beantwoording. 7 november 1941 (en verwijzing naar een brief van 5 november 1941). [Linksboven in kader/stempel]
B I J B L A D V A N:
M. No. 20/20/1 1941
5/11-141.
DOORGEZONDEN:
[Rechtsboven, handgeschreven]
858
[Bovenste tekstblok, handgeschreven]
Aan S. Turfrijder kan m.i. worden
bericht, dat voor zoover mogelijk
met het verzoek inzake de
de marktplaats van R. v. Kalm
rekening zal worden gehouden.
7-11-41
deBoer
[Midden links, in rood schrift/stempel]
20/20/2 M
[Onderste tekstblok, concept-antwoord]
Naar aanleiding van Uw brief dd. 5 dezer
deel ik U mede, dat met Uw verzoek i.z.
de marktplaats van R. v. Kalm op een der
Joodsche hulpmarkten – voor zoover mogelijk –
rekening zal worden gehouden.
[Rechtsonder, initialen]
AA
[Linksonder, drukwerk]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Het document is een ambtelijk "bijblad" waarop een besluit en een concept-antwoord zijn geformuleerd.
1. De instructie (bovenaan): Ondertekend door ene 'deBoer' op 7 november 1941. Hij geeft opdracht aan de heer S. Turfrijder (een destijds bekende ambtenaar bij de gemeente Amsterdam) om de afzender van een verzoek te berichten dat er rekening zal worden gehouden met de wens van een zekere R. van Kalm.
2. Het verzoek: Het betreft een marktplaats voor R. van Kalm.
3. De uitwerking (onderaan): Dit is de letterlijke tekst die als antwoord verstuurd moet worden. Hierin wordt expliciet gesproken over de "Joodsche hulpmarkten". De ambtenaar bevestigt dat er "voor zoover mogelijk" rekening zal worden gehouden met het verzoek om een plek op een van deze markten. Dit document stamt uit november 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode werden Joodse Amsterdammers steeds verder geïsoleerd van het openbare leven. In september 1941 werden door de bezetter en het gemeentebestuur specifieke "Joodsche markten" (of hulpmarkten) ingesteld (zoals op het Waterlooplein, het Gaaspstraatje en de Joubertstraat). Joden mochten voortaan alleen nog op deze gesegregeerde markten hun handel drijven of aankopen doen.
De bureaucratische toon van het document maskeert de achterliggende uitsluiting: het regelen van een marktplaats voor R. van Kalm was binnen dit systeem geen kwestie van normale economische activiteit, maar een direct gevolg van de anti-Joodse maatregelen die Joodse handelaren dwongen zich naar deze specifieke locaties te verplaatsen. De ambtenaar S. Turfrijder werkte bij de Marktwezen-administratie en was nauw betrokken bij de uitvoering van deze segregatie. M. No R. van Kalm S. Turfrijder Gemeente Amsterdam Marktwezen
Samenvatting
Het document is een ambtelijk "bijblad" waarop een besluit en een concept-antwoord zijn geformuleerd.
1. De instructie (bovenaan): Ondertekend door ene 'deBoer' op 7 november 1941. Hij geeft opdracht aan de heer S. Turfrijder (een destijds bekende ambtenaar bij de gemeente Amsterdam) om de afzender van een verzoek te berichten dat er rekening zal worden gehouden met de wens van een zekere R. van Kalm.
2. Het verzoek: Het betreft een marktplaats voor R. van Kalm.
3. De uitwerking (onderaan): Dit is de letterlijke tekst die als antwoord verstuurd moet worden. Hierin wordt expliciet gesproken over de "Joodsche hulpmarkten". De ambtenaar bevestigt dat er "voor zoover mogelijk" rekening zal worden gehouden met het verzoek om een plek op een van deze markten.
Historische Context
Dit document stamt uit november 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode werden Joodse Amsterdammers steeds verder geïsoleerd van het openbare leven. In september 1941 werden door de bezetter en het gemeentebestuur specifieke "Joodsche markten" (of hulpmarkten) ingesteld (zoals op het Waterlooplein, het Gaaspstraatje en de Joubertstraat). Joden mochten voortaan alleen nog op deze gesegregeerde markten hun handel drijven of aankopen doen.
De bureaucratische toon van het document maskeert de achterliggende uitsluiting: het regelen van een marktplaats voor R. van Kalm was binnen dit systeem geen kwestie van normale economische activiteit, maar een direct gevolg van de anti-Joodse maatregelen die Joodse handelaren dwongen zich naar deze specifieke locaties te verplaatsen. De ambtenaar S. Turfrijder werkte bij de Marktwezen-administratie en was nauw betrokken bij de uitvoering van deze segregatie.