Archiefdocument
Origineel
19 juli 1943. De (waarnemend) Directeur van de Centrale Markt, Amsterdam. 77/31/2 M. Verzonden 20/7 SV
19 Juli 1943.
Den Heer C. van Soest
Van Bossestraat 38
Amsterdam-West. wijk 19A
================
Mij is gerapporteerd, dat U zich op 13 Juli jl.
op de Centrale Markt heeft schuldig gemaakt aan diefstal van
een bosje wortelen. Op grond van dit feit ontzeg ik U, inge-
volge artikel 35 van het Reglement op de Centrale Markt, den
toegang tot die markt voor den tijd van veertien dagen namelijk
van Woensdag 21 Juli tot en met Dinsdag 3 Augustus 1943,
terwijl aan den Burgemeester de vraag zal worden voorgelegd,
welke maatregel te Uwen aanzien genomen dienen te worden.
De Directeur,
wnd. Deze getypte brief is een officiële sanctie wegens diefstal. De kern van het document is de ontzegging van de toegang tot de Centrale Markt in Amsterdam voor de duur van twee weken. De aanleiding is de diefstal van een schijnbaar triviaal object: "een bosje wortelen".
Opvallende elementen zijn:
* Strafmaat: Veertien dagen marktontzegging voor een bosje wortelen lijkt streng, maar moet gezien worden in de context van de tijd.
* Escalatie: De brief vermeldt dat de zaak ook wordt voorgelegd aan de burgemeester voor eventuele verdere maatregelen, wat duidt op een streng handhavingsbeleid.
* Administratieve details: Het document bevat diverse registratiemerken (kengetallen, wijknummers en verzenddatum) die typerend zijn voor een strak georganiseerde gemeentelijke administratie. Het document dateert uit juli 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er sprake van toenemende voedselschaarste en een streng distributiesysteem. De Centrale Markt in Amsterdam was een cruciaal punt voor de voedselvoorziening van de stad.
Diefstal van voedsel, hoe klein de hoeveelheid ook, werd in deze crisistijd zeer zwaar opgenomen omdat het de gecontroleerde distributie ondermijnde. De burgemeester van Amsterdam was in 1943 de pro-Duitse Edward Voûte. Het voorleggen van dergelijke 'vergrijpen' aan de burgemeester kon in die tijd verstrekkende gevolgen hebben voor de betrokkene, variërend van boetes tot zwaardere vervolging door de bezettingsautoriteiten. C. van Soest