Dienstverslag / Rapport van diefstal.
Origineel
Dienstverslag / Rapport van diefstal. 14 oktober 1943. De heer Bedrijfschef van de Centrale Markt. [Stempel linksboven:]
No. 77/76/1 M. 1943 [handgeschreven toevoeging: 11/11]
[Handgeschreven rechtsboven:]
m.i. Du
R A P P O R T
[onderstreept]
Heden morgen werd mij, controleur Felthuis, door drie koopers, respectievelijk genaamd: J.Tabak, wonende Ceintuurbaan 418 -- W.H. Deurloo, zaakhoudende Kinkers traat 335 en wonende H.J. Koene-straat 10 te Haarlem, en K. de Boer, wonende Rozengracht 212, aangifte gedaan dat van hun driewielige bakfiets welke zij op het bewaakte parkeerterrein hadden gestald, de binnen en buitenbanden van de zijwielen gestolen waren. Deze bakfietsen hadden zij op Woensdag voor het sluiten der markt op het parkeerterrein gezet, terwijl zij de diefstal ontdekte heden morgen omstreeks 8.20 uur v.m. Als bijzonderheid kan worden vermeld, dat de drie bakfietsen naast elkaar op het bewaakte parkeerterrein stonden.
Amsterdam 14 October 1943
Controleur,
[Handgeschreven handtekening:] Felthuis
Den Heer Bedrijfschef
van de Centrale Markt.
[Handgeschreven aantekeningen onderaan:]
[In rode inkt:] Bedr. Chef besproken [paraaf] 17-11-43
[In blauwe inkt:] 20/11 is memo [paraaf]
[In rode inkt:] Onvergeefl. bij personeel [paraaf]
[In zwarte/grijze inkt:] Personeel hierover onderhouden reklame gegrond. [paraaf] * Inhoud: Het rapport betreft de aangifte van diefstal van fietsbanden (zowel binnen- als buitenbanden) van drie verschillende bakfietsen die geparkeerd stonden op het terrein van de Centrale Markt in Amsterdam.
* Kernpunt van het incident: De controleur benadrukt dat de diefstal plaatsvond op een bewaakt parkeerterrein en dat de drie getroffen bakfietsen naast elkaar stonden. Dit impliceert ofwel grote brutaliteit van de dieven, ofwel nalatigheid (of betrokkenheid) van het bewakingspersoneel.
* Afhandeling: De handgeschreven noten onderaan tonen de hiërarchische afhandeling. De opmerking "Onvergeefl. bij personeel" en "Personeel hierover onderhouden" wijst erop dat de directie de diefstal hoog opnam en het bewakingspersoneel verantwoordelijk hield voor het falen van de bewaking. De klacht ("reklame") van de handelaren werd gegrond verklaard. Dit document stamt uit oktober 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode heerste er een enorme schaarste aan grondstoffen. Rubber was een schaars goed dat essentieel was voor de oorlogsvoering; nieuwe fietsbanden waren voor burgers nagenoeg onverkrijgbaar of alleen op de zwarte markt tegen woekerprijzen te vinden.
Diefstal van fietsbanden was in deze jaren een zeer veelvoorkomend delict. De Centrale Markt was (en is) een cruciaal distributiepunt voor voedsel in Amsterdam, waar dagelijks honderden handelaren met bakfietsen kwamen. Dat zelfs een bewaakt terrein niet veilig was voor bandendieven, illustreert de wanhoop en de ontwrichting van de samenleving in de latere oorlogsjaren. De felle reactie van de bedrijfsleiding ("onvergeeflijk") suggereert dat men interne corruptie of ernstig plichtsverzuim vermoedde in een tijd waarin discipline op de markt essentieel was voor de voedselvoorziening. Bedrijfschef van (De heer) Felthuis (Controleur) H.J. Koene K. de Boer W.H. Deurloo