Archief 745
Inventaris 745-417
Pagina 171
Dossier 109
Jaar 1943
Stadsarchief

Officiële ambtelijke brief (typoscript).

8 oktober 1943. Van: De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt).

Origineel

Officiële ambtelijke brief (typoscript). 8 oktober 1943. De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt). 77/63/3 M. 1                    8 October 1943.     SV.

                              extra [in rode inkt]

                                          Den Heer Wethouder
                                          voor de Levensmiddelen

                                          A l h i e r .
                                          ===========

               In bijlage dezes heb ik de eer U een af-
schrift te doen toekomen van een op 29 September
jl. door den contrôleur B.Felthuis van mijn dienst
opgemaakt rapport, waaruit blijkt, dat N.Langereis
wonende Van Beuningenstraat 159, alhier zich op
de Centrale Markt heeft schuldig gemaakt aan
diefstal van kisten.
               Ingevolge het bepaalde in artikel 35
lid 1 van het Reglement op de Centrale Markt,
heb ik Langereis voornoemd gestraft met ontneming
van het recht van toegang tot die markt voor den
tijd van veertien dagen, namelijk van Maandag 11
tot en met Zondag 24 October 1943.
               Ik ben van meening, dat Langereis voor-
noemd voor langeren tijd van de Centrale Markt
moet worden geweerd en ik geef U mitsdien be-
leefd in overweging wel te willen bevorderen,
dat Langereis voornoemd in aansluiting op mijn
straf, overeenkomstig het bepaalde in het tweede
lid van bovenaangehaald artikel, door den Burge-
meester van Amsterdam wordt gestraft met ont-
neming van het recht van toegang voor den tijd
van 4 maanden, zulks met ingang van Maandag 25
October 1943.

                                          De Directeur, Dit schrijven betreft een disciplinaire maatregel tegen een burger wegens een vergrijp gepleegd op de Centrale Markt in Amsterdam. Een zekere N. Langereis werd op 29 september 1943 door een controleur betrapt op de diefstal van kisten.

De Directeur van de markt heeft op basis van het marktreglement (artikel 35, lid 1) reeds een onmiddellijke sanctie opgelegd: een marktverbod van twee weken. Hij vindt dit echter onvoldoende en verzoekt de Wethouder voor de Levensmiddelen om een zwaardere straf voor te dragen bij de Burgemeester. Het voorstel is om, gebruikmakend van het tweede lid van hetzelfde artikel, de verdachte voor een periode van vier maanden de toegang tot de markt te ontzeggen.

De brief illustreert de strikte handhaving en de bureaucratische afhandeling van strafmatregelen binnen het gemeentelijk apparaat. De datum van de brief, 8 oktober 1943, plaatst het document midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de voedselvoorziening in een grote stad als Amsterdam uiterst precair en streng gereguleerd via een distributiesysteem. De Centrale Markt was het kloppend hart van de voedseldistributie.

Diefstal of onregelmatigheden op de markt werden in deze context niet alleen als een strafrechtelijk vergrijp gezien, maar ook als een ondermijning van de openbare orde en de noodzakelijke voedselvoorziening. De betrokkenheid van de "Wethouder voor de Levensmiddelen" onderstreept het strategische belang van de markt. De burgemeester van Amsterdam op dat moment was de door de bezetter aangestelde Edward Voûte. De formele, bijna onderdanige toon van de brief ("heb ik de eer", "mitsdien beleefd in overweging") is typerend voor de ambtelijke correspondentie van die tijd. N. Langereis

Samenvatting

Dit schrijven betreft een disciplinaire maatregel tegen een burger wegens een vergrijp gepleegd op de Centrale Markt in Amsterdam. Een zekere N. Langereis werd op 29 september 1943 door een controleur betrapt op de diefstal van kisten.

De Directeur van de markt heeft op basis van het marktreglement (artikel 35, lid 1) reeds een onmiddellijke sanctie opgelegd: een marktverbod van twee weken. Hij vindt dit echter onvoldoende en verzoekt de Wethouder voor de Levensmiddelen om een zwaardere straf voor te dragen bij de Burgemeester. Het voorstel is om, gebruikmakend van het tweede lid van hetzelfde artikel, de verdachte voor een periode van vier maanden de toegang tot de markt te ontzeggen.

De brief illustreert de strikte handhaving en de bureaucratische afhandeling van strafmatregelen binnen het gemeentelijk apparaat.

Historische Context

De datum van de brief, 8 oktober 1943, plaatst het document midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de voedselvoorziening in een grote stad als Amsterdam uiterst precair en streng gereguleerd via een distributiesysteem. De Centrale Markt was het kloppend hart van de voedseldistributie.

Diefstal of onregelmatigheden op de markt werden in deze context niet alleen als een strafrechtelijk vergrijp gezien, maar ook als een ondermijning van de openbare orde en de noodzakelijke voedselvoorziening. De betrokkenheid van de "Wethouder voor de Levensmiddelen" onderstreept het strategische belang van de markt. De burgemeester van Amsterdam op dat moment was de door de bezetter aangestelde Edward Voûte. De formele, bijna onderdanige toon van de brief ("heb ik de eer", "mitsdien beleefd in overweging") is typerend voor de ambtelijke correspondentie van die tijd.

Genoemde Personen 1

Locaties

Centrale Markt

Producten

A.G.F. (Fruit): Fruit A.G.F. (Fruit): Peren Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis Vleeswaren: Hart Vleeswaren: Vlees

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Kooplieden in dit dossier 43

Amerika 10.800.- P'end. 200 - Gelderl 18.100 - Westl. 100 - Utrecht 1.900.- [bovenliggend: Limburg 5.400]
Gelderl 2700. Amerika 41.000.
H.J.J.Lazenschütz
H.J.L.Gastagé
Jamaica 900 - Santos 800
J.Fraan
Alle 43 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 5