Formele aanzegging / officiële brief.
Origineel
Formele aanzegging / officiële brief. 29 november 1943. De Directeur (van de Centrale Markt, Amsterdam). [Linksboven, getypt:]
77/80/2 M.
[Midden boven, handgeschreven in grijs potlood/inkt:]
Verzonden 29/11
[Rechtsboven, handgeschreven:]
Bed. Chef
[Rechtsboven, getypt:]
SV
[Rechts, getypt:]
29 November 1943.
Den Heer C. de Bruyn
Van Heemskerckstraat 22 III
Amsterdam-Centrum.
=====================
Mij is gerapporteerd, dat U zich op
26 November 1943 op de Centrale Markt hebt
schuldig gemaakt aan diefstal van een hand-
kar waarop zich een partijtje ledige kisten
bevonden. Op grond van dit feit ontzeg ik U,
ingevolge artikel 35 van het Rgelement op de
Centrale Markt, den toegang tot die markt
voor den tijd van veertien dagen, namelijk
van Woensdag 1 tot en met Dinsdag 14 Decem-
ber 1943, terwijl aan den Burgemeester de
vraag zal worden voorgelegd, of U voor
langeren tijd behoort te worden uitgesloten.
[Rechtsonder:]
De Directeur, Deze brief is een officiële kennisgeving van een toegangsontzegging voor de Centrale Markt in Amsterdam. De heer C. de Bruyn wordt gestraft voor de diefstal van een handkar met lege kisten op 26 november 1943. De straf behelst een tijdelijk marktverbod van veertien dagen (1 t/m 14 december 1943).
De brief hanteert een strikt formele toon en verwijst specifiek naar de juridische grondslag (artikel 35 van het marktreglement). Opvallend is de typfout "Rgelement" in de tekst. Daarnaast wordt vermeld dat de zaak wordt voorgelegd aan de Burgemeester voor een mogelijke verzwaring van de straf (langdurige uitsluiting), wat duidt op een zero-tolerance beleid ten aanzien van diefstal op het marktterrein. Het document stamt uit november 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De Centrale Markt in Amsterdam (Jan van Galenstraat) was cruciaal voor de voedselvoorziening van de stad. In deze periode van extreme schaarste, rantsoenering en zwarte handel was diefstal op de markt een zeer ernstig vergrijp.
De Burgemeester naar wie verwezen wordt, was destijds Edward Voûte, die door de Duitse bezetter was aangesteld. De handgeschreven aantekening "Bed. Chef" verwijst waarschijnlijk naar de Bedrijfschef van de markt die de verzending heeft geaccordeerd. De brief illustreert hoe de dagelijkse ordehandhaving en administratie doorliepen onder het bezettingsregime. C. de Bruyn