Proces-verbaal (Afschrift)
Origineel
Proces-verbaal (Afschrift) 23 december 1943 Afschrift
PROCES VERBAAL
Op Donderdag 23 December 1943, des voormiddags te omstreeks 9.15 uur, bevond ik, ondergetekende Barend Felthuis, ambtenaar bij het Marktwezen te Amsterdam, tevens onbezoldigd veldwachter dezer gemeente, mij op het terrein van de Centrale Markt aan de Jan van Galenstraat alhier. Ik hield mij speciaal op in de omgeving van het Oostelijk trappenhuis van de Hal, omdat mij ter oore was gekomen dat zich in die omgeving reeds enige malen diefstallen van rijwielen hadden voorgedaan.
Op gemeld tijdsstip zag ik, dat twee mij van naam en aanzien bekende bloemenhandelaren, respectievelijk genaamd:
ADRIANUS SPIJKER, geboren te Amsterdam 5 December 1908, Nederlander, wonende Govert Flinckstraat 194 te Amsterdam, en:
PETRUS CORNELIS SPIJKER, geboren te Amsterdam 15 April 1899, Nederlander, wonende Govert Flinckstraat 194 alhier, zich op genoemde plaats op min of meer verdachte wijze ophielden hetgeen mij bleek uit het volgende. Ik zag namelijk dat deze gebroeders Spijker hun aandacht richtten op een driewielige bakfiets wel-blijkbaar onbeheerd voor het Oostelijk trappenhuis stond. Nadat zij eenige woorden met elkaar hadden gewisseld begaf Petrus Cornelis Spijker zich in dat trappenhuis, terwijl Adrianus Spijker op de reeds genoemde driewieler ~~plaatsxxxx~~ toetrad. Ik zag voorts dat A. Spijker als bestuurderplaats nam op die driewieler en zich hiermede verwijderde in richting van het uitgangshek van de Centrale Markt. Ik ben dezen A. Spijker onverwijld achterna gegaan en gelukte het mij hem nog op het terrein van de Centrale Markt staande te houden. Ik vroeg hem van wie de driewieler was en waar hij deze heen wilde brengen. Hij verklaarde mij toen, dat hij dit voertuig moest wegbrengen voor een vriend van hem van wien hij alleen wist dat deze "Piet" heet. Een en ander kwam mij verdacht voor reden waarom ik hem heb aangehouden en overgebracht naar het Kaartenkantoor van de Centrale Markt. Daar bekende hij mij de driewieler te hebben ontvreemd, waarop ik dat voertuig inbeslag genomen heb. Op dien driewieler stond vermeld "E.M. Nederlof groentehandelaar Lindenstraat 1". Ik heb mij vervolgend weer op het terrein van de de Centrale Markt begeven en aldaar aangehouden voornoemden Petrus Cornelis Spijker dien ik eveneens overgebracht naar gemeld Kaartenkantoor. Aanvankelijk ontkende deze Spijker iets van het voormelde geval af te weten. Op een geven moment begonnen beide broers te huilen en verzochten mij van dit geval geen melding te maken. Tevens verklaarden zij toen dat door hen op Zaterdag 18 December 1943 op de Centrale Markt alhier ook een fiets was gestolen welke toen eveneens had gestaan bij het Oostelijk trappenhuis van de Hal. Aanvankelijk verklaarden zij nog meerdere rijwielen te hebben verkocht op de Nieuwmarkt te Amsterdam aan hen onbekende personen. Het rijwiel dat Zaterdag 18 December 1943 door hen zou zijn ontvreemd moest zich volgens de verklaring van beiden nog bevinden in de loods van Adrianus Spijker, welke loods is gevestigd in perceel Focke Simonszstraat 67 alhier. Ik vertoonde het inbelsaggenomen voertuig aan :
Engelbertus Marinus Nederlof, oud 34 jaar groentehandelaar, wonende Lindenstraat 1 alhier, die zich aan het Kaartenkantoor vervoegde en mij mededeelde dat zoo juist zijn driewieler, welke geparkeerd had gestaan op het terrein van de Centrale Markt alhier, vandaar was weggenomen. De driewieler welke ik hem vertoonde herkende hij als zijn eigendom. Hij verklaarde aan niemand toestemming te hebben gegeven de driewieler weg te nemen of daar over te beschikken. Voordat ik bij den verdachten overbracht naar het politiebureau aan de Marnixstraat Dit proces-verbaal beschrijft de aanhouding op heterdaad van twee broers, Adrianus en Petrus Cornelis Spijker, voor de diefstal van een driewielige bakfiets op de Centrale Markt in Amsterdam. De verbalisant, Barend Felthuis, hield de locatie specifiek in de gaten vanwege eerdere diefstallen.
Kernpunten van het incident:
* Modus Operandi: De ene broer (Petrus) fungeert als uitkijk of loopt weg, terwijl de andere (Adrianus) de bakfiets ontvreemdt.
* Smoes: Bij eerste confrontatie beweert Adrianus de bakfiets voor een zekere "Piet" weg te brengen.
* Bekentenis: Na overbrenging naar het Kaartenkantoor slaan beide broers door, beginnend met huilen, en bekennen zij ook een eerdere diefstal van een fiets op 18 december 1943.
* Haler: De gestolen goederen werden deels doorverkocht op de Nieuwmarkt, een bekende plek voor (zwarte) handel tijdens de oorlog. Het document dateert uit december 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Deze context is essentieel om de ernst van de diefstal te begrijpen:
1. Schaarste: Transportmiddelen zoals (bak)fietsen waren extreem schaars en kostbaar omdat motorvoertuigen gevorderd waren of geen brandstof hadden. Voor een groentehandelaar zoals het slachtoffer Nederlof was een bakfiets van levensbelang voor zijn bedrijfsvoering.
2. De Centrale Markt: Dit was het logistieke hart van de voedselvoorziening in Amsterdam. Toezicht was streng, maar de verleiding tot diefstal was groot vanwege de zwarte handel.
3. Politie en Toezicht: De verbalisant is een "onbezoldigd veldwachter" en ambtenaar van het Marktwezen. Dit duidt op een efficiënte inzet van marktpersoneel met politiebevoegdheden om de orde te handhaven in een tijd van toenemende criminaliteit door nood.
4. Emotie: Het feit dat de volwassen broers (35 en 44 jaar oud) "begonnen te huilen" bij hun bekentenis, wijst mogelijk op de wanhoop van de situatie of de angst voor de zware straffen die in oorlogstijd op diefstal konden staan. A. Spijker E.M. Nederlof Marktwezen Politie