Afschrift van een officieel besluit (beschikking) van de burgemeester.
Origineel
Afschrift van een officieel besluit (beschikking) van de burgemeester. De Burgemeester van Amsterdam (Edward Voûte). No. 85/24/4 M. 1943 21/10 [handgeschreven]
Afschrift
No. 589 L. M. 1943
[Wapen van Amsterdam]
DE BURGEMEESTER VAN AMSTERDAM,
Gelet op zijn beschikking dd. 4 September 1943, no. 589 L.M. waarbij de bij beschikking dd. 29 November 1938, no. 811 L.M., aan G.C. Wilhelmus, wonende Dijkstraat 24, alhier, verleende toestemming om op een anderen dan voor de markt bestemden tijd, op de Nieuwmarkt, kramen op te zetten of te hebben, werd ingetrokken;
Gezien het schrijven van den directeur van den Dienst van het Marktwezen dd. 7 October 1943, no. 85/24/3 M.;
Heeft goedgevonden bovenaangehaalde beschikking hierbij weder in te trekken.
GM
Amsterdam, 19 October 1943.
De Burgemeester voornoemd,
(get) Voûte
De Gemeentesecretaris,
(get) J. P. FRANKEN
[Handgeschreven in rode inkt linksonder:]
Aangetekend
1/11-43
[Paraaf] Dit document is een administratieve intrekking van een eerder besluit. De kern van de zaak is als volgt:
1. Oorspronkelijke situatie (1938): G.C. Wilhelmus had sinds 1938 toestemming om op de Nieuwmarkt marktkramen te plaatsen buiten de reguliere markttijden.
2. Eerste wijziging (4 sept 1943): Deze toestemming werd ingetrokken door de burgemeester.
3. Huidig besluit (19 okt 1943): Na een schrijven van de directeur van de Dienst van het Marktwezen wordt de intrekking van 4 september weer ongedaan gemaakt ("weder in te trekken"). Dit betekent dat de oorspronkelijke rechten van Wilhelmus uit 1938 effectief worden hersteld.
De rode aantekening "Aangetekend 1/11-43" bewijst dat de betrokkene pas op 1 november officieel op de hoogte is gesteld via aangetekende post. Het document dateert uit oktober 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland. De ondertekenaar, Edward Voûte, was de door de bezetter aangestelde regeringscommissaris/burgemeester van Amsterdam.
De locatie die in het document wordt genoemd, de Nieuwmarkt, is historisch zeer beladen. De Nieuwmarkt lag in het hart van de Jodenbuurt. In 1943 was de deportatie van de Joodse bevolking uit Amsterdam nagenoeg voltooid. Het feit dat er in deze periode nog correspondentie plaatsvond over het recht om marktkramen te plaatsen, toont de bizarre continuïteit van de bureaucratie, terwijl de sociale en demografische context van de buurt volledig was verwoest. De Dijkstraat (waar de begunstigde woonde) ligt eveneens in deze buurt. Het herstellen van marktrechten voor een specifieke handelaar in een vrijwel leeggemaakte buurt kan wijzen op het herstructureren van de handel onder het nieuwe regime. G.C. Wilhelmus Marktwezen