Ambtelijke brief/memo.
Origineel
Ambtelijke brief/memo. 29 juli 1943. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam ("Alhier"). 85/24/1 M. [handgeschreven:] Verzonden 29/11 [handgeschreven:] H. Muller 29 Juli 1943. SV.
Den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
**A l h i e r .**
=============
Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat
onderstaande vergunninghouders, wien vergunning
is verleend voor het plaatsen van kramen op de
dag- en weekmarkten sinds geruimen tijd geen ge
bruik meer maken van hun vergunning. Waarschijn
lijk zijn zij naar elders vertrokken.
Op grond hiervan verzoek ik U beleefd wel
te willen bevorderen, dat bij Besluit van den
Burgemeester de op hen betrekking hebbende be-
schikkingen worden ingetrokken.
De Directeur,
M.Cohen, Waterlooplein 51, No.811 L.M.29/11/38
N.v.Gelder, Waterlooplein 53, No.811 L.M.29/11/38
M.Krammer, Nw.Hoogstraat 12 I, No.811 L.M.29/11/38
S.v.Collem, Joden Houttuinen 47-49, No.811 L.M.
29/11/38.
A.W.v. Merkenstein, Transvaalstraat 89/91, No.81
L.M. 29/11/38.
H.Vellinga, 1e Jac.v.Campenstraat 50, No.811 L.M
29/11/38.
K.R.May, Foeliedwarsstraat 54, No.811 L.M. 29/1
/38.
J.Liefveld (Helsloot), Gov.Flinckstraat 72, No.811
L.M. 29/11/38.
A.Kesler, Tollenstraat 96 III, No.811 L.M. 29/11
38.
G.C. Wilhelmus, Dijkstr.24, No.811 L.M. 29/11/38. Dit document is een ambtelijk verzoek om de marktvergunningen van tien specifiek genoemde personen in te trekken. De reden die wordt opgegeven is dat zij "sinds geruimen tijd geen gebruik meer maken van hun vergunning" en "waarschijnlijk naar elders vertrokken" zijn.
Wat opvalt is de uiterst zakelijke en ambtelijke toon. De lijst bevat namen en locaties die direct te koppelen zijn aan de Joodse gemeenschap in Amsterdam (zoals Waterlooplein en Joden Houttuinen). De datum van het document (29 juli 1943) geeft de werkelijke, tragische reden van hun afwezigheid aan: de grootschalige deportaties van Joden uit Amsterdam waren op dat moment in volle gang. De eufemistische formulering "naar elders vertrokken" verhult de deportatie naar concentratie- en vernietigingskampen of het feit dat deze mensen waren ondergedoken. Tijdens de Duitse bezetting van Nederland werden Joodse burgers stelselmatig uit de samenleving en de economie verwijderd. De Amsterdamse dag- en weekmarkten, waar veel Joodse kooplieden werkten, waren een belangrijk doelwit van deze uitsluiting. In 1941 werden Joodse kooplieden al verbannen naar specifieke "Jodenmarkten", en naarmate de deportaties vorderden, bleven hun plekken op de reguliere markten leeg.
Dit document is een treffend voorbeeld van de 'banaliteit van het kwaad' binnen de bureaucratie: terwijl de vergunninghouders werden weggevoerd, hielden gemeentelijke diensten zich strikt formeel bezig met de administratieve afwikkeling van hun "vertrek" door het intrekken van vergunningen. De aanduiding "L.M. 29/11/38" in de lijst verwijst naar de oorspronkelijke datum waarop deze vergunningen vóór de oorlog (op 29 november 1938) waren vastgelegd in de registers van de afdeling Levensmiddelen/Marktwezen. G.C. Wilhelmus H. Muller Marktwezen