Handgeschreven ambtelijke notitie/memo.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke notitie/memo. 6 mei 1943 (stempel onderaan). [Links boven:]
Hr. de Haar.
[Rechts boven in potlood:]
Retour de Ruijter J.
[Hoofdtekst:]
Onderstaande stallenzetters
maken sinds geruimen tijd geen
gebruik meer van hun vergunning.
Eenigen zijn waarschijnlijk gedeporteerd.
S.v.p. informeer of er aan-
leiding bestaat om voorstellen tot
intrekking van de vergunning te doen.
[Lijst:]
weg. M. Cohen Waterlooplein 51. Letter N
weg. S. v Gelder " 53. " R
[Tussenvoeging in haakjes:]
(dezen baten vroeger in de combinatie
kraampjes of schuitenvoerder. Joodsche
markten. Onder de letters R en N
worden nu nog kramen geplaatst.
op Joodsche markten.)
[In cirkel in de linker marge:]
Rooyer plaatst nog stallen
[Lijst vervolg:]
S. v. Collem, Joden Houttuinen 47-49
A. M. v. Merkenstein Granaatstraat 89-91
H. Vellinga v/h Campenstr 50
K. G. May 2e Jan Dwarsstraat 54
J. Lufald (v/h Sloot) Govert Flinckstraat 72
A. Kesler Valeriusstraat 96 II
Wed. C. Schuitvoerder Kerkstraat 22
G. L. Wilhelmus Dijksstraat 24.
[In linker marge verticaal geschreven:]
m.i. vergunning intrekken 2-7-'43 [geparafeerd]
[Stempel rechtsonder:]
- 6 MEI 1943 Dit document is een kil administratief overblijfsel van de Holocaust in Amsterdam. Het is een interne notitie, vermoedelijk binnen de marktpolitie of de gemeentelijke afdeling Marktwezen. De kern van de tekst is de constatering dat een aantal "stallenzetters" (mensen die kramen opbouwden voor marktkooplui) hun werk niet meer uitvoeren omdat zij "waarschijnlijk gedeporteerd" zijn.
De ambtenaar vraagt of er aanleiding is om hun vergunningen officieel in te trekken. De lijst bevat namen en adressen die destijds in of nabij de Joodse buurt van Amsterdam lagen (zoals Waterlooplein en Joden Houttuinen). De toevoeging in de marge van 2 juli 1943 ("m.i. vergunning intrekken") bevestigt dat de bureaucratie de uitsluiting en verdwijning van de Joodse bevolking formaliseerde. Het document illustreert hoe de normale gemeentelijke processen simpelweg doorgingen terwijl de burgers om wie het ging fysiek werden verwijderd en vermoord. In mei 1943 was de systematische deportatie van Joden uit Amsterdam in volle gang. De "Joodsche markten" waarnaar verwezen wordt, waren door de Duitse bezetter ingestelde gesegregeerde markten waar enkel Joden mochten kopen en verkopen. Dit was een tussenstap in het isoleren van de Joodse bevolking voordat zij naar kampen zoals Westerbork, en uiteindelijk vernietigingskampen in Polen, werden gestuurd.
De personen op deze lijst waren op het moment van schrijven waarschijnlijk al weggevoerd of zaten ondergedoken. De term "stallenzetter" duidt op een specifiek beroep binnen de Amsterdamse markten. De administratieve afhandeling van hun "afwezigheid" toont de nauwe betrokkenheid van de lokale bureaucratie bij de gevolgen van de naziterreur. A. Kesler C. Schuitvoerder G. May H. Vellinga J. Lufald L. Wilhelmus M. Cohen Marktwezen