Officieel afschrift van een besluit van het Amsterdamse gemeentebestuur.
Origineel
Officieel afschrift van een besluit van het Amsterdamse gemeentebestuur. 14 september 1943. [Linksboven handgeschreven:] No. 85/28/3 M. 1943 [schuine streep] 18/9
[Rechtsboven handgeschreven paraaf/naam:] M. Rüffler [?] [daaronder:] Markt / 4 /
[Centraal boven: Wapen van Amsterdam]
Afschrift
No. 674 L. M. 19343
De BURGEMEESTER EN ~~WETHOUDERS~~ VAN AMSTERDAM,
[Noot: WETHOUDERS is met X-tekens doorgehaald]
Gezien het schrijven van den Directeur van het Marktwezen dd. 6 September 1943, no. 85/28/1 M., houdende mededeeling, dat door A.Schaap, Rapenburgerstraat 132, alhier, geen gebruik meer wordt gemaakt van de hem bij beschikking van Burgemeester en Wethouders dd. 29 November 1938, no. 811 L.M. verleende toestemming om op een anderen dan voor de markt bestemden tijd kramen op te zetten of te hebben op de markt Albert Cuijpstraat;
Heeft goedgevonden bovenaangehaalde beschikking hierbij in te trekken. [onderstreept met rood potlood]
GM [onderstreept met rood potlood]
[Midden links handgeschreven:] Markt / 4 /
Amsterdam, 14 September 1943.
De Burgemeester voornoemd,
(get) Voûte [stempel in paars/blauw]
De Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN [stempel in paars/blauw]
[Linksonder handgeschreven note:]
Aangl. [Aangetekend?]
20/9-43
[Paraaf]
[Rechtsonder handgeschreven potloodnotitie:]
Memorie [?] 17 6 Dit document is een administratieve intrekking van een marktvergunning. De vergunning, die in 1938 was verleend aan de heer A. Schaap, stond hem toe om buiten de reguliere markttijden kramen te plaatsen op de Albert Cuypmarkt.
Enkele belangrijke observaties:
1. Bestuurlijke wijziging: De term "WETHOUDERS" is doorgehaald. Dit weerspiegelt de politieke realiteit van de bezetting; in 1941 werd het college van burgemeester en wethouders ontbonden en kreeg de (door de nazi's aangestelde) burgemeester alle macht als regeringscommissaris.
2. Bureaucratische taal: De reden voor intrekking wordt neutraal geformuleerd: er wordt "geen gebruik meer gemaakt" van de vergunning. In de context van september 1943 verhult deze term een tragische realiteit.
3. Identificatie: De rode onderstrepingen bij de naam "A. Schaap" en de conclusie van het besluit duiden op administratieve verwerking door een ambtenaar die de relevante data voor de archivering markeerde. Dit document is een voorbeeld van de zogenaamde "papierbaan" van de Holocaust in Nederland.
- De persoon A. Schaap: De heer Abraham Schaap (geboren in 1888) woonde inderdaad op Rapenburgerstraat 132. Dit was een centrale straat in de Joodse buurt van Amsterdam. Abraham Schaap was een Joodse marktkoopman.
- De datum: In september 1943 waren de grote deportaties uit Amsterdam nagenoeg voltooid. Het feit dat hij "geen gebruik meer maakt" van zijn vergunning komt omdat hij op dat moment ofwel ondergedoken was, ofwel (waarschijnlijker) al was weggevoerd naar kamp Westerbork of een vernietigingskamp in het oosten. Volgens de archieven van de Joodse Raad is Abraham Schaap op 31 maart 1944 in Midden-Europa vermoord.
- De rol van de gemeente: De Amsterdamse bureaucratie werkte tijdens de bezetting nauwgezet door. Terwijl Joodse burgers werden gedeporteerd en vermoord, hielden gemeentelijke diensten zoals het Marktwezen zich bezig met het formeel afwikkelen van hun achtergebleven zaken, zoals het intrekken van vergunningen voor lege standplaatsen.
- Burgemeester Voûte: Edward Voûte was de pro-Duitse burgemeester die gedurende de bezetting de administratieve machine van de stad draaiende hield en meewerkte aan de uitvoering van anti-Joodse maatregelen. A. Schaap Abraham Schaap (De heer) J.F. Franken Gemeente Amsterdam Marktwezen