Kropman vraagt (Wethouder)
Bekijk Verhaal ➔Archiefdocumenten
Administratief dossierblad (bijblad).
Dit document is een intern ambtelijk memo betreffende de status van een individu, B. Davidson. De kernvraag is of Davidson verwijderd ("afgevoerd") kan worden als "vaste-plaatshouder". Deze term duidde in de vooroorlogse bureaucreatie vaak op iemand die een vaste plek had in een werkverschaffingsproject of een specifiek steunregister. Er vindt een korte schriftelijke overlegstructuur plaats: 1. **23 mei:** Ambtenaar Smit vraagt of advies van de Directeur Maatschappelijke Steun nodig is voor de afvoering. 2. **24 mei:** Er wordt opgemerkt dat het dossier "heel oud" is en men akkoord gaat met afvoeren ("ter herinnering" aan De Haar). 3. **30/31 mei:** De administratieve verwerking vindt plaats, waarbij bijlagen worden toegevoegd en nummers worden genoteerd. 4. **7 juni:** Smit sluit het dossier af met de definitieve instructie "afgevoerd. opbergen".
Document
Dit document is een ambtelijk advies over een verzoek van een marktkoopvrouw, A. Snoek, om zich vanwege haar aanstaande bevalling tijdelijk te laten vervangen op haar marktstaanplaatsen. * **Verzoek:** Mevrouw Snoek vraagt toestemming om haar ongetrouwde zus, J. Snoek, haar plaatsen op de Lindengracht en Westerstraat te laten innemen. * **Besluitvorming:** Er zijn meerdere ambtenaren betrokken bij de beoordeling (o.a. Th. v Moerkerk en Ar. Wolff). Het uiteindelijke advies luidt dat er "geen bezwaar" is tegen een tijdelijke vervanging voor een periode van maximaal twee maanden. * **Kenmerken:** Het document is een mooi voorbeeld van de strikte regulering van Amsterdamse marktplaatsen in de jaren '30. Standplaatsrechten waren persoonsgebonden; voor vervanging, zelfs bij ziekte of zwangerschap, was officiële goedkeuring nodig.
Getypt afschrift van een ambtelijke correspondentie.
* **Inhoud:** Het betreft een formele interne mededeling binnen het Amsterdamse gemeentebestuur. Wethouder Kropman vraagt zijn collega van de afdeling Levensmiddelen om een spoedadvies over bijgevoegde stukken. * **Bestuurlijke procedure:** De brief verwijst naar een overleg van het College van Burgemeester en Wethouders op 6 oktober 1939. De "Kamer" (vermoedelijk de Kamer van Koophandel of een specifieke adviescommissie) heeft reeds ingestemd met het standpunt van de Directeur van de Handelsinrichtingen (H.I.), mits de afdeling Levensmiddelen ook akkoord gaat. * **Stijl:** Het taalgebruik is uiterst formeel ("heeft de eer deze stukken te doen toekomen aan den Heer"), passend bij de ambtelijke etiquette van die tijd. * **Ondertekening:** De brief is ondertekend door Kropman. Gerardus Cornelis Joannes Dominicus Kropman (1893-1967) was een vooraanstaand RKSP-politicus en wethouder in Amsterdam.
Administratieve indexkaart / registratiekaart.
* **Persoon:** Het betreft J. Polak, een man van destijds 49 jaar oud. Het adres "Uilenburg" verwijst naar een van de oudste en in die tijd armste buurten van Amsterdam, die deel uitmaakte van de Joodse buurt. * **Administratief proces:** De kaart legt een proces vast waarbij de betrokkene is opgeroepen (mogelijk voor werkverschaffing of een medische keuring). Er wordt verwezen naar "Artikel 11 b/c", wat duidt op specifieke wet- of regelgeving omtrent arbeidsbemiddeling of steunverlening. * **Besluitvorming:** De heer Polak vraagt om uitstel tot februari 1940. Dit verzoek wordt op 8 november 1939 resoluut afgewezen door de behandelend ambtenaar met het advies "plaats intrekken", wat waarschijnlijk betekent dat hij zijn recht op de betreffende positie of uitkering verloor. De directeur heeft dit besluit geaccordeerd.
Getypte notulen of een rapportage van een commissie betreffende de oprichting van tuinbouwproeftuinen.
Dit document bevat de conclusies van een commissie die adviseert over de structuur van agrarisch onderzoek in de regio. De belangrijkste punten zijn: * **Decentralisatie:** In plaats van één centrale proeftuin wordt gepleit voor twee locaties (Amsterdam en Beverwijk) vanwege de fundamentele verschillen tussen veen- en zandgrond. * **Integratie van de 'Gouden Driehoek':** Er wordt een sterke nadruk gelegd op de koppeling tussen onderzoek (proeftuin), voorlichting (laboratorium) en onderwijs (tuinbouwscholen). Dit wordt gezien als essentieel voor een doeltreffende werking. * **Pragmatiek en Financiën:** Er wordt geadviseerd om bescheiden te beginnen met laboratoria om de financiële last te spreiden, met Naaldwijk als vergelijkingspunt. * **Besluitvorming:** De tekst legt de overgang vast van een oorspronkelijk plan voor één tuin naar het nieuwe voorstel voor twee tuinen, waarbij de steun van de landelijke Inspecteur van den Tuinbouw als belangrijk argument wordt gebruikt.
Notulen of verslag van een vergadering.
Dit document verslaat een besluitvormend moment in een vergadering over de oprichting van twee regionale proeftuinen (experimentele landbouw- of tuinbouwpercelen). De centrale commissie die het voorbereidende werk deed, wordt ontbonden en vervangen door twee specifieke commissies voor verschillende "rayons" (regio's). De belangrijkste discussiepunten zijn: 1. **Financiën:** Er is onzekerheid over de financiering, waarbij geopperd wordt steun te zoeken bij gemeenten. Het "werkfonds" wordt genoemd, maar de voorzitter twijfelt aan het voortbestaan daarvan. 2. **Locatie:** Er is sprake van proeftuinen in de regio Beverwijk en nabij Amsterdam (gericht op veengronden). Voor Beverwijk lijkt de gemeente bereid grond af te staan. Voor de regio Amsterdam is er discussie of de locatie in Amsterdam zelf moet zijn of centraler in "de Venen". 3. **Procedure:** De vergadering gaat akkoord met het splitsen van de taken, waardoor de technische uitwerking per regio kan gaan plaatsvinden.
Verslag van een vergadering (waarschijnlijk gemeentelijke commissie of marktraad).
Dit document is een verslag van een debat over de regulering van de fruithandel in Amsterdam, met de focus op aardbeien. De kern van de discussie is de ongewenste zondagsmarkt op het Waterlooplein. * **Problematiek:** Er vindt een ongecontroleerde markt plaats op zondagochtend (6:00-8:00 uur) op het Waterlooplein. Veel fruit (vooral aardbeien uit Beverwijk en de Betuwe) omzeilt de Centrale Markt, waardoor grossiers inkomsten mislopen en er geen toezicht is door politie of de dienst Marktwezen. * **Belangentegenstellingen:** * **Grossiers (Dykstra):** Willen geen zondagsmarkt op de Centrale Markt omdat het hun zaterdagochtendhandel verstoort. * **Winkeliers (Barends):** Willen dat de zondagsmarkt op het Waterlooplein verboden wordt. Zij hebben last van prijsfluctuaties (aardbeien zijn op maandag duurder dan op zondag) en willen koelhuisopslag stimuleren zodat ze op maandagochtend vers kunnen inkopen. * **Straathandel/Venters (Presser):** Presser stelt dat een zaterdagavondmarkt niet werkt voor venters, omdat zij dan zelf midden in hun drukste verkooptijd zitten. Hij pleit voor het verplaatsen van de zondagsmarkt naar de Centrale Markt (behoud van de zondag als inkoopdag). * **Voorgestelde oplossing:** De voorzitter en een eerdere spreker neigen naar het verplaatsen van de markt naar de zaterdagavond (18:00-00:00 uur) op de Centrale Markt om controle mogelijk te maken.
Getypte notulen/verslag van een vergadering (waarschijnlijk gemeentelijk of van een marktraad).
Dit document bevat de verslaglegging van een administratieve vergadering betreffende de regulering van straathandel (venten) en de Centrale Markt. **Kernpunten:** 1. **Rapport Presser:** Er is discussie over de toegang tot de Centrale Markt. De voorzitter verwerpt sommige voorstellen van de heer Presser (zoals het scheiden van bloemenkopers) als onuitvoerbaar, maar wil wel kijken naar betere identificatie op de karren (wijk- en artikelaanduiding). 2. **Aal in zaagsel:** Er wordt een verbod overwogen op het verkopen van paling (aal) in zaagsel. De redenen zijn consumentenbescherming (het dikker lijken van de vis en het verhullen van zieke vis) en hygiëne. De zaak wordt doorverwezen naar de Commissie voor Visch. 3. **Fraude en Overdracht:** Er wordt gesproken over het bestrijden van fraude met maten en gewichten. Ook is er onenigheid over het overdraagbaar maken van vergunningen; Presser is tegen, maar de rest van de commissie ziet mogelijkheden in uitzonderlijke gevallen. 4. **Definitie 'Venten':** Men worstelt met de juridische definitie van venten, met name het onderscheid tussen straathandel en het bedienen van vaste klanten. Tevens wordt de onvrede geuit over de tijdelijke seizoensvergunningen voor ijsverkopers, omdat dit indruist tegen het beleid om het aantal venters juist te verminderen.
Handgeschreven brief (verzoekschrift).
* **Taal en handschrift:** Het document is geschreven in een verzorgd, zakelijk handschrift dat typerend is voor de vroege 20e eeuw. De spelling is deels verouderd (bijv. "wekelijksche", "oogenblik", "verkoopen"). * **Inhoud:** De heer Schuwer vraagt om vrijstelling van zijn verplichting om op de markt te staan (de Westerskaai, vermoedelijk bedoelt hij de Westerstraatmarkt). De reden die hij opgeeft is dat hij een verkoopverbod heeft op zijn handelswaar (schoenen). * **Administratieve sporen:** De aantekening "uitstel" linksboven en het nummer "33/54/ M. 1940" wijzen op een ambtelijke verwerking van het verzoek. De datum "27/5" bovenaan duidt waarschijnlijk op de datum van ontvangst of afhandeling.
Getypt verslag van een vergadering (waarschijnlijk notulen van een gemeentelijke commissie of raadsvergadering).
Dit document verslaat een discussie over de regulering van straathandel (venten) in Amsterdam tijdens de crisisjaren. De kernpunten zijn: 1. **Legalisering van illegale standplaatsen:** Er is een voorstel om 'clandestiene' (illegale) venters een vaste standplaats te geven om zo het totale aantal venters op straat te beperken. 2. **Kritiek op de uitvoering:** De heer Seegers uit zijn zorgen over de rechtvaardigheid hiervan. Hij wijst erop dat het simpelweg legaliseren van een illegale plek de 'legale' venters in die buurt kan benadelen (omdat zij dan op afstand moeten blijven volgens de verordening), terwijl de illegale venter niet noodzakelijkerwijs de meeste rechten (zoals anciënniteit) heeft. Hij pleit voor commissie-overleg bij elke toewijzing. 3. **Beperkingsbeleid:** Uit de rondvraag blijkt een streng ontmoedigingsbeleid. De gemeente Amsterdam is per 1 januari 1935 gestopt met het verlenen van nieuwe ventvergunningen, behalve in uitzonderlijke gevallen. Dit duidt op een poging om de overvolle markt van straatverkopers te saneren. 4. **Individuele casus:** Er wordt specifiek navraag gedaan naar een zekere heer Goud uit Aalsmeer, waarbij gecontroleerd wordt of zijn vergunning wel volgens de regels is verstrekt.
Notulen van een vergadering.
In dit document wordt verslag gedaan van een discussie over de locatiekeuze voor een nieuwe 'proeftuin voor de veengrond'. De voorzitter, N.J. Dinkgreve, pleit sterk voor Amsterdam. Hij onderbouwt dit met statistieken: de stad heeft circa 620 hectare vollegrondscultuur en 60 hectare onder glas, met ongeveer 500 actieve tuinders. Bovendien wijst hij op de centrale ligging en goede bereikbaarheid van de stad. Er is echter weerstand vanuit de regio. De heer Kammeraat (Ter Aar) plaatst kanttekeningen bij de claim dat Amsterdam het centrum van deze sector is. Hij wijst op de aanzienlijke omvang van de tuinbouw in Ter Aar (400 tuinders) en Roelofarendsveen (300 tuinders). De voorzitter reageert hierop door aan te dringen op een democratisch besluit en roept de minderheid op zich na de stemming bij de keuze neer te leggen voor het algemeen belang.
Document
* **Kern van het verzoek:** De heer Piloo vraagt om hernieuwd uitstel voor het innemen van zijn toegewezen standplaats op de Albert Cuypmarkt (tegenover nummer 122). * **Argumentatie:** De handel in sinaasappelen is op dat moment "absoluut niet loonend". * **Procedurele opmerking:** De schrijver vermeldt expliciet dat hij deze brief stuurt op aanwijzing van de Onder-Directeur van het Marktwezen, na een persoonlijk gesprek. Dit wijst erop dat er al informeel contact was geweest over zijn situatie. * **Taalgebruik:** De brief is geschreven in de formele, eerbiedige stijl die destijds gebruikelijk was in correspondentie met overheidsinstanties ("WelEdele Heer", "welwillend zal beschikken").
Getypte notulen (doorslag of origineel op schrijfmachine).
* **Deelnemers:** Genoemd worden de heer Balder, de heer Presser en de Voorzitter. * **Inhoud:** 1. **Personele zaken:** De heer Balder wilde stoppen vanwege een tijdsconflict in de middag. Door het verschuiven van het aanvangsuur naar 3 uur n.m. (namiddag) kan hij toch aanblijven. 2. **Financiële/Juridische zaken:** Er is discussie over "legesgeld" en "ventgeld" voor straatverkopers (venters). De voorzitter beroept zich op de geldende Legesverordening, maar stelt een praktische oplossing voor door een vergunningsboekje vijf jaar geldig te laten zijn om de kosten voor de venter te drukken. * **Schrijfstijl:** Formeel-ambtelijk taalgebruik, kenmerkend voor de vroege 20e eeuw in Nederland ("Niets meer aan de orde zynde").
Getypte notulen/verslag van een vergadering (waarschijnlijk een commissievergadering van een Nederlandse gemeente).
* **Kern van het debat:** De discussie draait om de regelgeving rondom straathandel (venten), specifiek gericht op de ijsverkoop. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen melkbezorgers (geen venters want zij hebben vaste klanten) en ijsverkopers (wel venters want zij lokken publiek op straat). * **Economische belangen:** Ondernemers zoals de heer Linger maken zich zorgen over de rentabiliteit van hun dure installaties als er niet genoeg vergunde venters beschikbaar zijn. De ijsindustrie wordt beschreven als een seizoensgebonden bedrijf dat in de winter volledig stilstaat. * **Arbeidsmarkt en concurrentie:** Er is onenigheid over het effect van een gesloten vergunningsstelsel. De Voorzitter ziet het als een manier om concurrentie te beperken, terwijl de heer Stienstra vreest dat het de onderlinge strijd om schaars personeel zal verhevigen. * **Loonvorming:** Er wordt een interessant inkijkje gegeven in de verdiensten: een goede venter verdient f. 40,- per week, een minder succesvolle f. 20,-. * **Bestuur:** De vermelding van "B. & W." (Burgemeester en Wethouders) aan het einde bevestigt dat dit advies of deze discussie gericht is aan het dagelijks bestuur van een gemeente.
Notulen (verslag van een vergadering).
* **Vorm:** Het betreft een getypt verslag op officieel papier. Er zijn enkele typefouten zichtbaar die kenmerkend zijn voor die periode (zoals "Permenente" in de titel en "restificatie" in plaats van rectificatie). * **Inhoud:** De kern van de discussie draait om de ruimtelijke ordening van straathandel ("venten"). Er wordt gedebatteerd over de indeling van de stad: stapt men af van de versnipperde "politiesecties" naar grotere, logischere "districten" (Noord, Centrum, etc.)? * **Spanning:** Er is sprake van een lichte frictie tussen de voorzitter en de heer Seegers over wat er in eerdere vergaderingen is afgesproken en wat er voortijdig in "vakbladen" is gepubliceerd. Dit wijst op een actieve achterban van de commissieleden (waarschijnlijk vertegenwoordigers van venters of winkeliers). * **Logistiek:** De heer Neeter brengt een praktisch punt in: te grote wijken met belangrijke verkeersaders kunnen leiden tot een "opeenhooping" van venters, wat ongewenst is voor de doorstroming of concurrentie.
Notulen van een vergadering (waarschijnlijk van een gemeentelijke of regionale commissie).
Dit document is een verslag van een ambtelijke discussie over de regulering van straathandel (venten). De belangrijkste punten uit de analyse zijn: * **Strikte regulering:** De overheid probeert de informele economie van straatventers te professionaliseren en in te perken ("inkrimping van het aantal venters"). Dit gebeurt via vergunningen, wijkgebonden verkoop en specifieke eisen aan materieel (de plaat op de kar). * **Consumentenbescherming en Hygiëne:** De discussie over "aal in zaagsel" toont een vroeg besef van consumentenbescherming. Men wil misleiding voorkomen (aal die dikker lijkt dan hij is) en hygiëne waarborgen (het verbergen van zieke of dode vis). * **Bureaucratische complexiteit:** De discussie raakt verschillende beleidsterreinen: markttoegang, volksgezondheid (vis-controle) en algemene economische ordening. Er is sprake van afstemming tussen verschillende commissies (Ventcommissie vs. Commissie voor Visch). * **Uitzonderingen en interpretatie:** De definitie van wat "venten" precies is (bijv. het bedienen van vaste klanten vs. losse verkoop op straat) blijkt juridisch lastig, evenals de omgang met seizoensgebonden producten zoals ijs.
Officieel rapport / ambtsbericht.
Dit document is een screening van een sollicitant door een controleur van het Amsterdamse Marktwezen. De heer Fonteijne vraagt toestemming om te mogen werken als 'overkruier' (iemand die goederen transporteert met een handkar) op de Centrale Markt. Opvallende elementen in het rapport: * **Sociale noodzaak:** Er wordt benadrukt dat hij voor zijn weduwe-moeder zorgt die geen uitkering ("steun") ontvangt. Dit diende vaak als morele onderbouwing voor het toekennen van werkvergunningen. * **Moraliteit en betrouwbaarheid:** Het feit dat hij "nimmer met de Justitie in aanraking" is geweest en een goed getuigenschrift heeft, was cruciaal voor toegang tot een locatie waar veel handel en dus gelegenheid tot diefstal was. * **Economische motieven:** De reden voor zijn ontslag bij de ladderfabriek ("tekort aan materiaal") verwijst direct naar de oorlogsomstandigheden waarbij grondstoffen schaars werden.
Handgeschreven brief (verzoekschrift).
* **Kern van het verzoek:** De heer Hinze vraagt een vergunning aan voor zijn vrouw om mosselen te mogen verkopen. Hij motiveert dit door te wijzen op haar ervaring van het voorgaande jaar. * **Handelsvolume:** Er wordt melding gemaakt van een aanzienlijke handel van "tien balen per dag" (gecombineerd met zijn eigen handel). * **Leverancier:** De mosselen worden betrokken van "Kees van Zanten". * **Eerder aanbod:** Hinze legt uit dat hij een eerdere toewijzing voor de verkoop van "rauwe vis" heeft geweigerd. De reden hiervoor is dat zijn huidige standplaats daar niet geschikt voor is en hij het risico van een nieuwe locatie niet wil nemen. * **Administratieve afhandeling:** De brief is binnen een week afgehandeld. Op 28 november 1941 is de brief door een ambtenaar genaamd Lammers gezien en gemarkeerd als "afgedaan".
Document
* **Doel van de brief:** De heer Kaars vraagt namens de lokale belangenvereniging van visventers uit Monnickendam om een kort onderhoud met de directeur van het Amsterdamse Marktwezen. Het doel is het inwinnen van informatie ("inlichtingen") betreffende hun bedrijfsvoering. * **Taalgebruik:** Formeel en beleefd, passend bij de tijdgeest ("Weled. Heer", "beleefd verzoeken", "eerstkomende"). * **Antwoord/Afhandeling:** Onderaan de brief is een kopie of concept van het antwoord genoteerd (of een instructie voor de secretarie). De visventers worden uitgenodigd voor een gesprek op vrijdag 29 mei om 14:30 uur op het hoofdkantoor van de betreffende dienst. * **Locatie:** Het genoemde adres, Johannes Fabritiusstraat 14 in Amsterdam-West, was destijds een schoolgebouw dat tijdens de bezetting voor diverse administratieve en overheidsdoeleinden werd gebruikt.
Handgeschreven verzoekschrift.
* **Kern van de aanvraag:** De heer Smit vraagt een 'expeditiekaart' aan om toegang te krijgen tot de markt. Hij heeft dit document nodig voor zijn beginnende transportbedrijfje. * **Motivatie:** De schrijver geeft aan dat de inkomsten uit de rijwielhandel van zijn vader onvoldoende zijn om zijn gezin te onderhouden. Hij is daarom vorig jaar een nevenactiviteit in de expeditie gestart (het vervoeren van aardappelen), maar zonder officiële toegangspas wordt hem de toegang tot de markt ontzegd. * **Stijl en Vorm:** De brief is geschreven in een zeer beleefde, bijna onderdanige stijl die gebruikelijk was in formele correspondentie met overheidsinstanties ("vriendelijke verzoek", "Uw dw: dienaar"). De afkorting 'Hg. Hb.' staat waarschijnlijk voor *Hoog Edelachtbare* en 'M.' voor *Magistraat* of *Marktwezen*. * **Conditie:** Het document is een goed bewaard gebleven administratief stuk, voorzien van een officieel registratienummer.
Ambtelijk dossierstuk / correspondentie (notitie op een voorgedrukt 'Bijblad').
* **Handschrift:** Het handschrift is een ambtelijk cursief uit de jaren '40, geschreven met een vulpen. Het is redelijk leesbaar, hoewel sommige lussen in elkaar overlopen. * **Inhoud:** Het document betreft een interne notitie naar aanleiding van een verzoek van een zekere heer Smoulders (mogelijk een vishandelaar). Er wordt vastgesteld dat hij voor de inkoop van gepelde garnalen aangewezen is op de kleinhandel. * **Terminologie:** "M.i." staat voor mijns inziens. De term "verdeeling" duidt op de distributie- of rantsoeneringsregels die destijds van kracht waren. * **Correcties:** In de tekst is bij de derde regel een woord doorgehaald en vervangen door "bericht". De laatste twee regels zijn onderstreept en lijken een aanvullende opmerking over het specifieke verzoek van Smoulders om een schriftelijke bevestiging.
Handgeschreven verzoekschrift.
* **Taal en handschrift:** Het document is geschreven in duidelijk leesbaar Nederlands met een zakelijke maar beleefde toon ("beleefd verzoek"). Het handschrift is een typisch voorbeeld van het onderwijs uit het begin van de 20e eeuw. * **Inhoud:** De heer Hoogendorp vraagt om een verhoging van zijn quotum paling (aal). Hij kreeg blijkbaar 24 pond toegewezen, maar dit is onvoldoende om zijn gezin te onderhouden, zeker omdat hij zijn fysieke handelsmiddelen (staanplaats en tentwagen) heeft moeten opgeven. * **Argumentatie:** Om zijn rechtmatigheid als vishandelaar aan te tonen, noemt hij zijn eerdere leveranciers (Kees Oosterbaan en B. de Kort). Dit suggereert dat hij een gevestigde handelaar was die door de oorlogsomstandigheden in de knel is gekomen. * **Afhandeling:** De rode aantekening "mondeling afgedaan" wijst erop dat er na dit schrijven contact is geweest tussen de commissie en de verzoeker, waarbij de zaak is besproken en gesloten zonder dat er een uitgebreide schriftelijke beschikking volgde.
Notulen of een officieel verslag van een bespreking.
Het document behandelt twee kernpunten van economisch beheer binnen de visserijsector: 1. **Marktordening (De Combinatie Lammers):** Er wordt gediscussieerd of de "Combinatie Lammers" ook de garnalenhandel mag overnemen. De heer Sixma legt uit dat deze combinatie oorspronkelijk door de N.V.C. is opgericht omdat er een tekort was aan betrouwbare grossiers in de mosselhandel. Om te voorkomen dat dit bedrijf terugvalt in de kleinhandel (wat blijkbaar ongewenst is), krijgt het nu ook de garnalen toegewezen, na ruggenspraak met de Volendamse grossier Puul Mooyer. 2. **Voedselvoorziening en Distributie:** De heer Sieburgh vraagt om extra vis voor het personeel van de Amsterdamse Vischmarkt en de spoorwegen. De heer Haasnoot (die hier optreedt als de beslisser, mogelijk vanuit de centrale overheid) wijst een aparte "extra toewijzing" af om de landelijke distributie niet te verstoren. De oplossing die wordt geboden (zoals blijkt uit de handgeschreven kanttekening), is dat de N.V.C. het algemene wekelijkse kwantum voor Amsterdam verhoogt, zodat de extra vis daaruit geput kan worden. De vele handgeschreven correcties suggereren dat dit een conceptverslag is dat tijdens of direct na de vergadering is bijgewerkt om de precieze formuleringen en besluiten vast te leggen.
Document
De tekst handelt over de systematiek van de toewijzing (distributie) van vis aan handelaren. Er is een discussie gaande tussen twee principes: 1. **Gelijke verdeling:** Een aanvankelijk idee om iedereen hetzelfde te geven. 2. **Gedifferentieerde verdeling:** Rekening houden met de status van handelaren (met name de "bona-fide" handelaren) en hun historische omzet of categorie. De heer Sixma vraagt zich af of de huidige grote verschillen tussen handelaren nog wel legitiem zijn. De heer Lammers verdedigt het werk van de Commissie en het Marktwezen. Hij stelt dat het systeem apolitiek is opgezet onder moeilijke omstandigheden. Er is blijkbaar sprake van aanzienlijke sociale spanningen ("onrust op de Vischmarkt") en wrijving tussen handelaren en ambtenaren. Er wordt gewaarschuwd voor protest ("in het geweer komen") van handelaren die hun voorkeurspositie (dubbele toewijzing) dreigen te verliezen.
Handgeschreven verzoekschrift aan de gemeentelijke autoriteiten.
* **Taal en Stijl:** Het document is geschreven in een beleefde, formele stijl die gebruikelijk was voor verzoekschriften aan de overheid ("WelEd. Heer", "Uw dw. Dienaar"). De spelling is deels verouderd ("eerlyke", "zieken toestand"). * **Inhoud:** De heer Sijmonsbergen vraagt om een marktvergunning (standplaats). Hij motiveert dit door zijn precaire persoonlijke situatie aan te halen: hij heeft slechts een klein pensioen en een zieke vrouw. Hij benadrukt dat hij op "eerlijke manier" zijn brood wil verdienen, wat in de context van de zwarte handel tijdens de oorlog een relevante opmerking was. * **Ambtelijke verwerking:** De kanttekeningen tonen de bureaucratische gang van zaken. In eerste instantie lijkt het verzoek te zijn afgewezen ("is reeds afgewezen"). Echter, een latere notitie in rood roept op tot "Nader onderzoek". De specifieke vraag "Is dit nog een artikel dat in voldoende hoeveelheden te krijgen is?" wijst op de schaarste-economie van 1943. Men wilde blijkbaar alleen vergunningen afgeven voor goederen die daadwerkelijk nog leverbaar waren.
Handgeschreven verzoekschrift op gelinieerd papier.
* **Afzender:** W. Schermer, wonende aan de Borgerstraat 45 in Amsterdam. * **Geadresseerde:** Waarschijnlijk de marktmeester of een gemeentelijke afdeling belast met marktvergunningen in Amsterdam. * **Kern van het verzoek:** De heer Schermer vraagt toestemming (een vergunning) om zijn zoon of dochter als plaatsvervanger op zijn marktkramen te laten staan. Hij heeft vaste standplaatsen op de Ten Katemarkt en het Amstelveld (plaatsnummer 308 wordt genoemd). * **Reden:** De aanvrager voert medische redenen aan: zijn vrouw is ziek, en hijzelf heeft het jaar ervoor een maagbloeding gehad. Daarnaast drijft hij een winkel, waardoor de combinatie met het werk op de markt fysiek en logistiek te zwaar is geworden. Hij voegt een doktersverklaring toe als bewijs.
Brief (verzoekschrift) aan de marktmeester/directeur van het marktwezen.
* **Taalgebruik:** De brief is geschreven in een beleefde, ietwat formele maar grammaticaal eenvoudige stijl ("aan uw. of uw mij"). Het handschrift is goed leesbaar en getuigt van een zekere mate van scholing. * **Inhoud:** De heer Basman vraagt om een standplaats op de Noordermarkt (maandagmarkt). Hij heeft reeds een vergunning voor het Waterlooplein, maar omdat hij aan de Admiralengracht woont (Amsterdam-West), is de Noordermarkt (Jordaan) veel dichterbij. Zijn argumenten zijn van logistieke aard (zware spullen) en medische aard (zwakke gezondheid). * **Administratieve gang:** De brief is voorzien van diverse ambtelijke stempels en parafen. De opmerking "m.i. geen bezwaar" (mijns inziens geen bezwaar) d.d. 6 maart 1944 geeft aan dat de ambtenaar die de aanvraag beoordeelde positief tegenover het verzoek stond. Het document is uiteindelijk op 14 april 1944 afgehandeld.
Handgeschreven verzoekschrift.
* **Kern van het verzoek:** De heer Marinus vraagt toestemming om zijn vader gemachtigd te maken om zijn officiële "toewijzing" (waarschijnlijk handel waar of een marktplaats) in ontvangst te nemen. * **Argumentatie:** De afzender legt uit dat hij vanwege zijn werk in zijn viswinkel (waar hij spiering en gesuurde bliek verwerkt/verkoopt) niet altijd tijdig op de markt aanwezig kan zijn. Hij voert aan dat hij in het verleden al eens "buiten zijn schuld" een beurt heeft gemist, wat nadelig voor hem was. * **Taal en Stijl:** De brief is geschreven in de formele, eerbiedige stijl die destijds gebruikelijk was in correspondentie met de overheid ("Wel. Ed. Heer", "beleefd", "u zoo vriendelijk wil zijn"). Het handschrift is een vlot maar duidelijk leesbaar cursief. * **Ambtelijke verwerking:** De kanttekening linksonder is een ambtelijk advies. "m.i. gunstig te beschikken" betekent dat de betreffende ambtenaar adviseert om positief op het verzoek te beslissen.
Relevante Archieffragmenten
# DOCUMENT INFO * **Type document:** Afschrift van een brief. * **Afzender:** Stichting tot Centrale Inkoop van Leder en Fournituren (C.I.L.F.), Amsterdam. * **Geadresseerde:** Den WelEd. Heer Mr. Kropman, Wethouder der Levensmiddelen Voorziening, Amsterdam. * **Datum:** 27 augustus 1935. * **Kenmerken:** Getypte brief met archiefnummers (No. 20/85/1 M. 1935 en No. 501 L.M. 1935). * *...
# TRANSCRIPTIE 2 21 October 9. 85/78/8 den Heer Wethouder voor de Amsterdam. Levensmiddelen, tegenwoordiger der kramenverhuurders-organisaties. Deze sub- commissie beoordeelt of de koopman, die eigen materiaal wenscht aan te schaffen, daaraan inderdaad voor zijn bedrijf behoefte heeft. Blijkt dit het geval te zijn - en dus geen ontduiking v...
# DOCUMENT INFO * **Type document:** Ambtelijke correspondentie/memorandum. * **Afzender:** De Wethouder voor de Arbeidszaken (Amsterdam), C.L. Kropman. * **Datering:** Omstreeks september/oktober 1933 (gebaseerd op de genoemde datum van 16 september 1933). * **Betrokken personen:** Ph. Druif, W. Dreese, M. à Cathan, Kropman. * **Locaties:** Amsterdam (Waterlooplein, Dapperstraat, Sumat...
# DOCUMENT INFO * **Documenttype:** Getypte brief (waarschijnlijk een doorslag of officiële kopie, pagina 2). * **Datum:** Vermeldt een geldigheidsdatum tot 1 oktober 1935. * **Afzender:** De Wethouder voor de Levensmiddelen (waarschijnlijk van de gemeente Amsterdam). * **Ondertekenaar:** J.G.A. Kropman (getypt als "Kropman", met handgeschreven paraaf/naam). * **Taal:** Nederlands (voor...
# DOCUMENT INFO * **Type document:** Afschrift van een verzoekschrift/brief. * **Datum:** 23 maart 1935. * **Locatie:** Amsterdam. * **Afzender:** Gezamenlijke fabrikanten van verpakt ijs te Amsterdam. * **Geadresseerde:** De Weledelgestrenge Heer Mr. G.C.J.D. Kropman, Wethouder Afdeling Levensmiddelen te Amsterdam. * **Referentienummers:** No. 18/87 M.1935 28/3 en No. 433 L.M.1935 27...